S

Saga - Network
Label:
Site:
saga-world.com
Jaar:
2004
Duur:
49:19
Recensent: OProg
Waardering:

Het is al weer meer dan 25 jaar geleden. In 1978 debuteerde de Canadese band met 'Saga'. De daaropvolgende albums waren net als het debuut prima. De carrière kende zowel hoogtepunten, bijvoorbeeld met het prima 'Generation 13' als absolute dieptepunten in de vorm van 'Pleasure & the Pain'. De laatste paar jaar is de band echter weer op het goede spoor terecht gekomen met 'Full Circle'. De albums die volgden, 'House of Cards' en 'Marathon', waren ook prima in orde.
'Network' is een conceptalbum geworden over het effect dat televisie op mensen heeft en alle gevolgen vandien. De band heeft op dit album heeft een wijziging ondergaan. Drummer Steve Negus wilde volgens toetsenist Jim Chrichton tijd hebben voor zichzelf en zijn privéleven. Op zijn site is te zien dat de tijd overigens ook nodig is voor zijn soloalbum. Vervanging voor hem is gevonden in de vorm van Christian Simpson. Het drumwerk is overigens niet alleen opvallend door de verandering van drummer maar ook omdat het, in tegenstelling tot de rest, analoog is opgenomen. Volgens Chrichton klinken de drums hierdoor warmer ten opzichte van de digitale manier. Het gevolg is in ieder geval dat het geluid erg 'eighties' aandoet en om eerlijk te zijn had het drumwerk digitaal opgenomen misschien beter gepast bij de rest aangezien het op deze manier nogal dof is.
Het album zelf is overigens compositorisch gezien redelijk tot goed. Nummers als 'On The Air' en 'Don't make a Sound' zijn sterk en ook de stevige rocker 'Keep it Reel' valt bij mij in goede aarde. Goed is ook de ietwat zoete ballad 'Believe', mede door het mooie middenstuk met prachtig keyboard en een fraaie gitaarsolo. Mindere stukken zijn helaas ook te vinden. 'Don't look now' valt, mede door het vervelende refreintje, behoorlijk tegen en ook 'Live at Five' kan me niet echt bekoren.
Over het hele album gezien heeft de band een redelijk tot goed werkstuk uitgebracht. Het hoort bepaald niet bij het beste wat de band heeft gedaan maar slecht is het zeker niet. De Saga-fan kan er weer een tijdje mee vooruit. Met beoordelen twijfel ik tussen twee en drie OJE's. Gezien het feit dat het toch lekker wegdraait zal ik de band het voordeel van de twijfel geven.

OProg (9-2004)

Bezetting:
Michael Sadler - vocals, keyboards, percussion, bass
Jim Crichton - bass, keyboards
Ian Crichton - guitars
Jim Gilmour - lead keyboards, vocals
Steve Negus - drums, percussion, keyboards

Discografie:
Saga (1978)
Images At Twilight (1979)
Silent Knight (1980)
Worlds Apart (1982)
In Transit (live) (1982)
Head Or Tales (1983)
Behaviour (1985)
Wildest Dreams (1987)
The Security Of Illusion (1993)
Steel Umbrellas (1994)
Generation 13 (1995)
Pleasure & The Pain (1997)
Detour (live) (1998)
Full Circle (1999)
House Of Cards (2001)
Marathon (2003)
Silhouette (dvd 2003)
All Areas (dvd 2004)
Network (2004)

Saga - Chapters Live
Label:
Site:
saga-world.com
Jaar:
2005
Duur:
42:51 en 39:25
Recensent: JProg
Waardering:

Het Canadese Saga heeft met ‘Chapters Live’ een ontbrekend element aan de omvangrijke catalogus toegevoegd.. Deze “Chapters”, inmiddels tot zestien stuks gegroeid, vormen de rode draad in de Saga story en vertellen een door Einstein geïnspireerd verhaal over de zin en vooral de onzin van het menselijk bestaan.
Saga heeft goede naast erg matige albums afgeleverd. Voor mij persoonlijk vormt het uiterst progressieve ‘Generation 13’ uit 1995 het hoogtepunt. Maar de Saga muziek is vaak uitwisselbaar en voortbordurend op oude, reeds eerder gespeelde thema’s en songstructuren. Inventieve orkestrale rockmuziek lijkt mij een goede omschrijving.
De dubbel-cd biedt zowel voor de fans als voor degenen die dat nog niet zijn een fraaie doorsnee van het oeuvre van de band. Er wordt, geen nieuws natuurlijk, goed gespeeld en de kwaliteit van de registratie is uitstekend. Michael Sadler blijft uitstekend bij stem en de broers Crichton - toetsen, gitaar - worden als vanouds degelijk bijgestaan door Jim Gilmour op bas en Christian Simpson op drums.
Om maar direct een negatief punt van het album aan te snijden: het biedt helemaal geen verrassingen. Alles is bekend, eerder gespeeld, dus wat voegt het nu toe aan wat al eerder uitgebracht is. Alle “Chapters”, zestien dus, die voor het eerst en in de goede volgorde live gespeeld worden. Vanaf ‘Images’ tot en met ‘Worlds Apart’. Het resultaat is ruim 80 minuten, niet uitzonderlijk lang voor een live-dubbel-cd, lekkere muziek, die zoals altijd, goed wegdraait.
Een verantwoorde aanschaf is het zeker, maar het is niet direct verplichte kost als je al een rijtje Saga-cd’s, waaronder ‘Detours’, in de kast hebt.

JProg (9-2005)

Bezetting:
Michael Sadler - vocals
Ian Crichton - guitar
Jim Crichton - keyboards
Jim Gilmour - bass
Christian Simpson – drums


Saga - Trust
Label:
Site:
saga-world.com
Jaar:
2006
Duur:
49:24
Recensent: H.'JoJo' de V.
Waardering:

Collega JProg stelde ooit de volgende vraag en gaf zelf het antwoord: “Voegt een nieuwe cd van Saga iets toe aan hun omvangrijke discografie? Deze vraag kan evengoed gesteld worden bij het publiceren van een review hierover. Het juiste antwoord is dat beiden feitelijk overbodig zijn”. En dat werd ook geconstateerd in de review van hun vorige release ‘Chapters Live'. En ik ben het daarmee eens. Dus ik hou het kort.
Maar wat betekent die conclusie? Dat we de band adviseren ermee op te houden? Want waarom zou je doorgaan met het produceren van materiaal dat niets toevoegt? Al denkt voorman Michael Sadler daar anders over. In het persbericht van Inside Out stelt hij “The biggest challenge we face now at this point in our career is to preserve our original style as much as possible and also try to integrate as many fresh ideas into Saga's sound as we can”. Het is Saga inderdaad gelukt om hun karakteristieke stijl te bewaren. En daar ligt dan ook het kritiekpunt. Het is hen op 'Trust' namelijk absoluut niet gelukt om ook maar enig fris nieuw idee toe te voegen. De tracks zijn uitwisselbaar met andere albums. De uitvoering is, zoals we gewend zijn van deze Canadezen, van prima kwaliteit maar het klinkt allemaal zo herkenbaar dat het mij gaat vervelen na zestien studioalbums en vele livealbums. Bovendien vind ik het compositorisch niet hoogstaand. Saga is toch de band van niet alleen de pompeuze keys en de guitarsolo's maar ook van de pakkende refreinen, maar de refreinen pakken mij op ‘Trust' zelden. Toch gaan de heren maar door. Daar moeten dus andere redenen aan ten grondslag liggen. Een gebrek aan zelfkritiek? Zou kunnen. Enige bedrijfsblindheid kan zo maar op de loer liggen na zovele jaren. De financiële invalshoek wellicht, want de band is nog steeds mateloos populair. Ze verkochten inmiddels miljoenen albums ‘world wide' en speelden in de dertig jaar van hun bestaan voor totaal vijftien miljoen fans! Dus er valt nog geld te halen. Of is het de spelvreugde die hen doet doorgaan? Laten we het daar dan maar op houden. Ze vinden het nog steeds veel te leuk. Maar of ik het nog steeds leuk vind? Nee dus.

H.'JoJo' de V. (04-2006)

Bezetting:
Michael Sadler - vocals, keyboards
Jim Crichton - bass, keyboards
Ian Crichton - guitars
Jim Gilmour - keyboards, vocals
Brian Doerner - drums


Saga - Words Apart Revisited
Label:
Site:
saga-world
Jaar:
2007
Duur:
54:57 en 60:27
Recensent: Holand
Waardering:

Of men deze ‘ Worlds Apart Revisited’ uitgave al gepland had voor of nadat men wist dat frontman en zanger Michael Sadler besloot Saga aan het einde van 2007 vaarwel te zeggen vraag ik mij af. Op zich kan dat niet want het betreft een live-concert uit 2005, zelfs ‘Trust’ moest nog uitkomen. Een wonderlijke samenloop is het zeker.
Het vierde album van de band was hun doorbraakalbum met o.a. de hits ‘On the Loose’ en ‘Wind Him Up’. Er werden verkoopcijfers geboekt waar menige progband jaloers op kan zijn. Ik heb altijd vraagtekens gezet of Saga op den duur nog wel progressieve muziek maakte. Met als uitstekend voorbeeld het experimentele 'Generation 13’ twijfel ik daar vaak aan. Hoewel ze wel veel kenmerken van progressieve muziek hadden werden zeker de latere albums erg poppy en na een aantal malen gezocht te hebben naar een andere richting volgde een terugkeer naar de meer éénvormige melodische rock van weleer. Dus dat Sadler de handdoek heeft gegooid of dit gaat doen verrast me niet. Hij heeft het kennelijk wel gehad met de band.
Er zijn maar liefst drie uitgaven beschikbaar van ‘Worlds Apart Revisited’, een dubbel-cd met het live concert in Pratteln, Zwitserland waar het allemaal plaatsvond, een dubbel-dvd en een gelimiteerde uitgave met cd’s en dvd’s.
Het concert bevat uiteraard als belangrijkste deel het oorspronkelijke ‘Worlds Apart’, maar ook de eerste drie albums komen ruim aan bod. En ze doen dit vakkundig en gedreven en maken er ruim vijfentwintig jaar na de eerste release een waar feestje van.
Of Saga het vertrek van Michael Sadler zal of wil overleven blijft ongewis. Een waardig afscheid zou deze dubbelaar in ieder geval zijn.

Holand (05-2007)

Bezetting:
Michael Sadler - vocals, keyboards
Jim Crichton - bass, keyboards
Ian Crichton - guitars
Jim Gilmour - keyboards, vocals
Brian Doerner - drums

Discografie:
Saga (1978)
Images At Twilight (1979)
Silent Knight (1980)
Worlds Apart (1982)
In Transit (live) (1982)
Head Or Tales (1983)
Behaviour (1985)
Wildest Dreams (1987)
The Security Of Illusion (1993)
Steel Umbrellas (1994)
Generation 13 (1995)
Pleasure & The Pain (1997)
Detour (live) (1998)
Full Circle (1999)
House Of Cards (2001)
Marathon (2003)
Silhouette (dvd 2003)
All Areas (dvd 2004)
Network (2004)
Chapters Live (2005)

Trust (2006)
Words Apart Revisited (2007)


Sagrado - Coletânea I Canções
Sagrado - Coletânea II Instrumental

Label:
Sonhosesons
Site:
sonhosesons
Jaar:
2003
Duur:
55:45 + 54:02
Recensent:  JoJo
Waardering: +

Sagrado, volledige naam Sagrado Coração Da Terra, is een Braziliaanse symfoband die al een jaar of twintig meedraait onder de bezielende leiding van multi-instrumentalist, componist en arrangeur Marcus Viana. Hoewel de band in Zuid-Amerika behoorlijk populair is en Viana een zeer bezig baasje is met een lang curriculum vitae dat zich uitstrekt van musical tot muziek bij films en documentaires, heeft de band op het Europese continent niet of nauwelijks voet aan de grond gekregen. En dit terwijl er toch zes studioalbums zijn vervaardigd en de muziek zeer de moeite waard is. Object van deze review zijn de twee in 2003 verschenen verzamelalbums met een bloemlezing (‘coletânea’) uit alle studiowerken. Deel I richt zich op de vocale werken; ‘Canções’ betekent in het Portugees zoiets als ‘liedjes’. Deel II geeft een overzicht van de instrumentale kant van Sagrado. Collega JProg deed mij een klacht toekomen over de niet al te beste productie van de studioalbums. Daar is op deze verzamelaars geen sprake meer van. Alle tracks zijn in 2002 in de studio opnieuw door de molen gegaan, met als resultaat een prima sound.
Het voert te ver om de in totaal vijfentwintig tracks te gaan bespreken. Ik beperk mij tot een sfeertekening per verzamelaar waarbij een enkele track zal worden uitgelicht. Het vocale deel I, zang van Viana zelf en een aantal zangeressen, roept bij mij associaties op met (de latere) PFM en Renaissance. Het veelvuldig en virtuoos gebruik van de elektrische viool refereert aan Jerry Goodman. Viana weet mooie, soms melancholische en symfonische melodielijnen neer te zetten zoals in ‘Libertas’, ‘Farol Da Liberdade’ en ‘Pantanal/Raio E Trovão’. In enkele gevallen vind ik de melodielijnen echter té mooi en té ‘middle of the road‘ zoals in ‘Sob en Sol II’ (nog niet eerder uitgebracht), ‘Ovniana’, ‘Manhã Dos 33’ en ‘Carinhos Quentes’. De muziek dreigt dan te glad te worden - hoewel er zelfs in die tracks altijd wel van een typisch symforock fragment te genieten valt - en er ligt een wat ik altijd maar noem ‘hoog Eurovisie Songfestival gehalte’ op de loer. Gelukkig onthoudt men zich van Latijns-Amerikaanse ritmes want daar krijg ik spontaan uitslag van. Veel te vrolijk voor een West-Europeaan. Hoewel deze mindere tracks niet overheersen kleuren zij uiteindelijk voor mij de waardering van deel 1 wel.
De instrumentale bloemlezing ‘Coletânea II’ vind ik beduidend beter scoren dan deel I. Sagrado laat hier enerzijds klassieke getinte en complex gearrangeerde symfo horen à la The Enid. Maar ook Steve Hackett doemt zo her en der in mij op. Anderzijds is er sprake van min of meer rustgevende tracks in het idioom waarin bijvoorbeeld Gandalf zich beweegt. Absolute uitschieters vind ik het wervelende ‘Deus Dançarino’, het met prachtig (kerk)orgel getooide ‘Toccatta’, het razende ‘Human Beans’ waarin een waar gevecht tussen viool en gitaar wordt uitgevochten en het tien minuten durende ‘País Dos Sonhos Verdes’ afkomstig van het album ‘Grande Espirito’. In dit epos komen alle emoties voorbij, is de orchestratie warm en is de structuur klassiek. Denken aan ‘Het Land waar de Dromen Groen zijn’ is de enige mogelijkheid. Welbeschouwd staan er geen zwakke tracks op dit deel van de compilatie. Het is zowel compositorisch als muzikaal-technisch genieten.
Gezien de relatieve onbekendheid van Sagrado in combinatie met de redelijk tot goede (deel I) tot uitstekende (deel II) kwaliteit van het gebodene, lijkt mij meer erkenning voor de band terecht. Deze bloemlezing vormt dan ook een interessante kennismaking met Sagrado en geeft een goed overzicht van de sterke maar ook van de minder sterke kanten van deze Brazilianen.

JoJo (06-2006)

Bezetting:
Marcus Viana - acoustic and electric violin, piano, violoncello, drums, percussion
en o.a:
Lincoln Cheb - drums
Ane Karenina Marques - vocals
Auguste Rennó - violin, electric and acoustic guitar
Giacomo Lombardi - synthesizer
Alexandre Lopes - electric and acoustic guitar
Fernando Campos - synthesizer, guitars
Gilberto Diniz - fretless bass

Discografie:

Sagrado (1985)
Flecha (1987)
Farol da Liberdade (1991)
Grande Espirito (1994)
A Leste Do Sol, Oeste Da Lua (2000)
Sacred Heart of Heart (2001)
Coletänea I Canções (2003)
Coletänea II Instrumental (2003)


Sahara - Sunrise
Label:
Ohrwaschl Records
Site:
Ohrwaschl
Jaar:
1973
Duur:
48:15
Recensent: JProg
Waardering:

De Duitse band Sahara was actief in de eerste helft van de seventies. Aanvankelijk speelde men onder de naam Subject Esq. en dit heeft geleid tot drie albums, waarbij het album Sunrise de eerste onder de nieuwe naam Sahara was. De band viel op door avontuurlijke muziek met zowel jazz- als symfonische invloeden en bevatte in het Engels gezongen vocalen.
De openingstrack van Sunrise, Marie Celeste, gaat direct flink van start met stevig blaaswerk overgaand naar rustig spel op kerkorgel en een ijle zangpartij. Er is veel ruimte voor jazzy passages en een rocksound die af en toe wel enigszins aan Alquin doet denken. Vervolgd wordt met Circus, een meer folkrock getint en minder complex nummer met een ontspannen atmosfeer. De prachtige keyboardsolo is opvallend. Rainbow Rider is een meer traditionele rocksong, degelijk gearrangeerd en goed gestructureerd met volop ruimte voor solo-uitstapjes van de diverse bandleden.
De originele lp-versie deed de plaat nu keren naar de b-side voor het kantvullende Sunrise, een instrumentale track van ruim 27 minuten. De samenhang van het nummer is niet altijd duidelijk aanwezig en goede momenten wisselen af met minder interessante gedeelten. De rustige passages duren wat lang maar ze laten Sahara horen als een band met veel mogelijkheden en ambitie. Het is en blijft een mooi authentiek seventies halfuurtje.
De cd is uitgebracht door Ohrwaschl Records. Het cd-boekje is duidelijk een kopie van de lp-hoes. De teksten kunnen slechts met een loep gelezen worden maar de uitgave is wel volledig. De geluidskwaliteit is top.

JProg (2003)

Hennes Hering - keyboards
Michael Hofmann - woodwinds, moog, mellotron, vocals
Alex Pittwohn - harmonica, tenor sax, vocals
Harry Rosenkind - drums, percussion
Stefan Wissnet - bass, vocals
Nick Woodland - guitars

Sahara - For all the Clowns
Label:
Ohrwaschl Records
Site:
Ohrwaschl
Jaar:
1975
Duur:
42:31
Recensent: JProg
Waardering: Max Score

Het derde en laatste album van Sahara is For all the clowns en kan worden beschouwd als hun beste werkstuk. De openingstrack, Flying Dancer, is een directe popsong met niet al te veel progressieve hoeken maar ondanks dat is het een prettig nummer. Het volgende, The Source, bestaat uit twee delen. Een eerste part met erg mooi keyboardwerk en gitaarspel met een Pink Floyd en Barclay James Harvest sfeer en een tweede part ingeluid met akoestisch gitaren overgaand naar spacy synthesizers. De zang past er voortreffelijk bij. De titelsong vormt het bijna 11 minuten durende hoogtepunt van het album. Prachtige gitaar- en keyboardeffecten met veel smaak en gevoel voor emoties gespeeld en vol met schitterende overgangen. Sahara op zijn mooist. Na een korte prelude begint de met ruim 13 minuten langste track van het album, The Mountain King part I & II. Opvallend zijn hier de Tull fluit en atmosferische synthesizers- en mellotron die voor een progressief rockfeestje zonder weerga zorgen. Stuwend gitaarwerk leidt het nummer naar een schitterend eind in een Gentle Giant stijl. Dream Queen is wederom prachtig met een hele mooie melodielijn, een idealistische tekst en een weer opvallende rol voor de dwarsfluit. Het album eindigt met het korte akoestische gitaarnummer Fool the Fortune.
For all the Clowns is een van de mooiste vroeg seventies progressieve rock albums. Het is helaas het laatste album van Sahara geweest. Gelukkig is het door Ohrwaschl Records op cd uitgebracht en verkrijgbaar op de grotere platen en cd beurzen. Sporadisch is het zelfs als digipack-uitgave te vinden.
De geluidskwaliteit is alsof het gisteren opgenomen is.

JProg (2003)

Hennes Hering - Keyboards
Michael Hoffmann - Keyboards, vocals
Stephan Wissnet - Bass, vocals
Gunther Moll - guitar, vocals
Holger Brandt - Drums

Discografie:
1972 - Subject ESQ. (als Subject Esq)
1973 - Sunrise
1975 - For all the clowns

Salem Hill - Puppet Show
Label:
Cyclops
Site:
Salem Hill
Jaar:
2003
Duur:
54:51 en 54:40
Recensent: JProg
Waardering:

Salem Hill heeft ondanks het afleveren van een aantal uitstekende studioalbums nooit de waardering gekregen die het verdient. Ze maakten en maken prachtige songs en bezitten een gedegen vakmanschap maar het vraagt kennelijk meer om bekend, laat staan beroemd te worden. Ook deze live cd zal waarschijnlijk niet het grote publiek bereiken. Voor hen die reeds bekend zijn met de band, de "grote" songs komen aan de beurt. 'Evil one', 'Real Brave new World', 'The Judgment', 'Overture - When – Someday', 'Awake', 'January', 'To the Hill', 'Trigger' en 'Invisible' worden gespeeld en het dubbelalbum biedt daardoor voor degenen die minder vertrouwd zijn met Salem Hill een goede mogelijkheid er kennis mee te maken. Wie dit nog niet wist, de band speelt in de stijl van Kansas, Rush, Pink Floyd. Op dit live-gebeuren speelt op twee tracks, 'Brave New World' en 'Awake', ex-Kansas violist David Ragsdale mee en dat staat borg voor een uniek accent. Eerder liet hij zich al op 'Robbery of Murder' uit 1999 horen.
De opnames zijn via een "live-mix" op de cd's gezet waardoor de songs heel natuurlijk overkomen. Dus geen overdubs, remixes en dergelijke. Je hebt daarnaast de indruk dat er nauwelijks publiek aanwezig was en daardoor is het wel een enigszins sfeerloos gebeuren. Het is nader beschouwd een compilatie van live gespeelde nummers, met pauzes er tussen, opgenomen over een periode van ruim vijf jaar. Een aantal opnamen, met name die met David Ragsdale, zijn bijvoorbeeld van Progday 97. Een persoonlijke favoriet van mij, Trigger, wordt gelukkig niet vergeten maar mist helaas de viool van Ragsdale. De gitaar van Michael Dearing gaat nu haasje over met de keyboards van Carl Groves. Kan ook, maar de studioversie op 'Robbery of Murder' blijft uniek en onovertroffen.
De twee cd's worden afgesloten met een nieuwe studiotrack 'Waiting For Wonderfulness' die wat belooft voor het komende album 'Be'. Deze song zal echter niet op dit album voorkomen.
Concluderend biedt deze dubbelaar een mooi overzicht van de voorgaande drie albums maar wie denkt een livealbum aan te schaffen zoals dat in de regel klinkt zou teleurgesteld kunnen zijn. Salem Hill laat wel nog eens horen een topband onder de progressieven te zijn.

JProg (1-2004)

Bezetting:
Michael Dearing - guitar, backing vocals
Carl Groves - keyboards, guitar, lead vocals
Patrick Henry - bass
Kevin T - drums, lead vocals
Special Guest - David Ragsdale

Discografie:
Catatonia (1996)
Robbery of murder (1999)
Not everybody's gold (2000)
Puppet show – Live (2003)
Be (2003/4)

Sandrose - Sandrose
Label:
Musea
Site:
-
Jaar:
1972
Duur:
40:07
Recensent: OProg
Waardering: Max Score

De gitarist Jean Pierre Alarcan zat in 1970 samen met Henri Garela (toetsen) en Michael Julien (drums) in de band Eden Rose. Deze band bracht een album uit met de titel "On the way to Eden", waar mij helaas (nog) weinig over bekend is. Feit is dat deze groep ten einde kwam en Alarcan als sessiemuzikant aan het werk ging. Na een periode"emotieloze" muziek te hebben gemaakt besloot hij in 1971 weer een band te formeren en riep de hulp in van zijn oude bandleden. Als bassist werd Christian Clairefond aangetrokken en voor de zang werd Rose Podwojny bij de band gehaald.
Na geruime tijd repeteren en live spelen kwamen ze onder de aandacht van Polydor die de band contracteerde. Het resultaat hiervan was dus uiteindelijk 1 album, het in 1972 uitgebrachte, titelloze werkstuk. Hoewel de groep in december 1972 alweer ten onder ging aan "muzikale meningsverschillen" is hun enige wapenfeit een waar topalbum. Het was één van de eerste albums van de nieuwe lichting bands afkomstig uit Frankrijk, samen met Ange. Mede door de overeenkomst tussen de zang van Podwojny en Jerney Kaagman wordt Sandrose vaak vergeleken met Earth en Fire. Daarnaast past de band prima in de rij Epidaurus, Spring en Fantasy. Dit komt grotendeels door het geweldige gebruik van het mellotron. Vanaf de opener "visions" waar wat meer rockachtige stukken afwisselen met prachtig mellotron, tot de laatste minuut is het boeiend. Een van de grote hoogtepunten van het album is het 11 minuut durende "Underground Session", waarin mellotron, orgel, gitaar en zang elkaar op geweldige manier afwisselen. Om kort te zijn, een toppertje en aanbevolen voor elke liefhebber van mellotron en jaren zeventig-prog.
Rose Podwojny brak trouwens later door in Frankrijk met chansons onder de naam Rose Laurens.

OProg (2003).

Rose Podwojny - vocals
Jean-Pierre Alarcen - Guitar
Christian Clairefond - bass
Henri Garella - organ, mellotron
Michel Jullien - drums, percussion

Satellite - Evening Games
Label:
Metal Mind
Site:
Satellite
Jaar:
2005
Duur:
65:37, 75:49 (incl bonustracks)
Recensent: JProg
Waardering: Max Score

Het lang verwachte tweede album van Satellite is er. De voortzetting van het roemruchte Collage heeft een vervolg gekregen. Songwriter en drummer Wojtek Szadkowski heeft de bezetting van het eerste album overeind weten te houden en men heeft er bijna één jaar aan gewerkt. De standaarduitgave heeft acht nummers, maar hij is ook in een gelimiteerde oplage als digipack verkrijgbaar met twee extra nummers.
De lange titelsong, ruim zestien minuten, zet direct de toon, hoewel die niet als een complete verrassing klinkt. De typische 'Collage-sound' ten tijde van 'Moonshine' (review OJEMusic) en 'Safe' is onmiskenbaar aanwezig en de lijn van het vorige Satellite-album, 'A Street Between Sunrise and Sunset', wordt voortgezet. Prachtige keyboards en schitterend gitaarwerk vormen een lust voor het toch wel verwende oor. De zang is met Robert Amirian op voorhand een zekere factor, hetgeen met deze cd opnieuw wordt bevestigd. Hij is gewoon erg goed. Na deze sterke opener volgt het korte en wat onopvallende 'Never Never', waarna het dampende en stampende "Rush" een enigszins afwijkend hoogtepunt vormt. Zeer inventieve symfonische rock van de beste soort. 'Love is Around You' is een eerste rustpunt. Een mooie 'ballad' op een heerlijk drumbed, dromerige toetsen en ronde gitaren. 'Why' opent zeer hectisch en blijft een gedreven spanning in zich houden. Moogs en akoestische gitaar vullen de lege ruimten heel afwisselend op. Een hoogtepunt is met ruim negen minuten 'Beautiful World'. Prachtig gezongen, met weergaloze, originele wendingen. De stuwende drums en pompende baslijn geven halverwege een strakkere wending aan de song. Het heeft, met name door Amirian's zang, wat referenties met Marillion's 'Beautiful'. Het orkestrale begin van 'Evening Overture' gaat al snel via rollende gitaar en dito keyboards naar een prachtig, wat Oosters aandoend hoofdthema van dit ook ruim negen minuten durend epos. De lege ruimte in de mix is even schrikken en moet wennen. Een eindstuk wordt ingeleid door prachtige mellotronklanken die overspeeld worden door gedragen gitaren. De laatste track van de standaarduitgave van de cd is 'Take it as it is'. Een vrij kort nummer dat het album op passende wijze afsluit. De limited edition heeft nog twee bonustracks, totaal ruim tien minuten. Dit zijn geen afdankertjes en ze kunnen zonder probleem met de andere tracks wedijveren.
Dit tweede album van Satellite is sterk. Binnen het ruime speelveld van hun muzikale stijl heeft men niet direct het experiment gezocht maar wel voldoende variatie kunnen vinden om een uitstekende waardering te krijgen die snel naar de maximale score zal doorgroeien.

JProg (1-2005)

Bezetting:
Wojtek Szadkowski - drums, percussion
Robert Amirian - zang
Sarhan - gitaar
Krzysiek Palczewski - keyboards
Przemek Zawadzki - bas

Discografie:
A Street Between Sunrise and Sunset (2003)
Evening Games (2005)

Klaus Schulze - X
Label:
Site:
klausschulze
Jaar:
1978/2005
Duur:
79:45 / 79:43
Recensent: H.'JoJo' de V.
Waardering:

Ten tijde van verschijnen had ik twee albums van Klaus Schulze op zo’n karakteristieke Scotch-tape staan. Het monumentale ‘X’ was er één van. Op een of andere manier beklijfde het in die tijd onvoldoende en bleef verdere aanschaf van zijn omvangrijke catalogus achterwege. Ik mag dan ook wel spreken van een weldadige herontdekking van deze ‘anchorman’ van de elektronische muziek. Want dat is bij de in een prachtige hoes gestoken geremasterde versie van ‘X’ het geval. Allereerst beknopt wat achtergronden over deze Berlijnse artiest.
Schulze is na een kortstondig verblijf in Tangerine Dream en Ash Ra Tempel al snel als solo-artiest verder gegaan. Hij had genoeg van de oeverloze groepsdiscussies over nummers, ‘sequences’ en ‘credits’ en nam de touwtjes zelf in handen. En dat heeft hem geen windeieren gelegd. Een vaste maar ook uitdijende schare fans volgde hem in al die jaren en kocht zijn werken. Schulze is van oorsprong drummer en dat is goed te horen want zijn composities zijn zeer ritmisch. Hij stelt zelfs dat iedere zichzelf respecterende muzikant eerst drums zou moeten hebben gespeeld om het belang van ‘groove’ en ritme voor een goede compositie te kunnen vatten. Waar anderen zoals Tangerine Dream ritme voornamelijk digitaal laten bepalen, gebruikt Schulze ook echte drums en percussie. En dat geeft een extra dimensie c.q. levendigheid aan zijn muziek. Voorts is hij een meester in het neerleggen van warme melodieën, hetgeen niet iedere elektronicus is gegeven. Ten slotte moet zijn omvangrijke kennis van de traditionele klassieke muziek worden vermeld. Kennis die hij vaardig weet te verwerken, want wat mij betreft is iedere track op ‘X’ een klassieke symfonie op zichzelf. Ik zie Schulze dan ook veel meer als een moderne klassieke componist die, door het gebruik van niet-traditionele instrumenten, in de avant-garde hoek thuishoort waar groten als Terry Riley, Steve Reich en Philip Glass zich bewegen. En Schulze hoort ontegenzeggelijk in dat rijtje thuis.
Het voert te ver om de zes oorspronkelijke symfonieën en de bonustrack, die gemiddeld vijfentwintig minuten klokken, afzonderlijk te bespreken. Ik licht er een paar uit die op deze dubbeldisc symbolisch zijn voor de rest. Zoals het wervelende ‘Friedrich Nietzsche’. Wat een vernuftige opbouw naar de uiteindelijke climax, wat een power en een indrukwekkend samenspel tussen toetsenarsenaal en percussie. Ongekend sterk, zoals ‘George Trakl’ en ‘Frank Herbert’ dat ook zijn. Hierin vallen vooral de langzaam maar zeker doorgevoerde modificaties van het thema op. Herhaling is slechts schijn. Het orkest komt aan bod op disc twee - die nog klassieker klinkt dan disc één - in ‘Ludwig II Von Bayern’ en in de bonustrack ‘Objet D’Louis’. Eerstgenoemde is een fabelachtig creatieve compositie - let op de buitengewone inval van de drums na zo’n twintig minuten - waarin de synergie tussen een ‘ouderwets’ orkest en de ‘moderne’ Moogs leidt tot een surrealistisch geheel. Overigens geweldig geïllustreerd door hoesfoto’s waarin het clichématige beeld van een orkestformatie, plechtig en in stemmige kleding gezeten op een stoel, wordt doorbroken door de muur van Moogs en door de op de grond zittende Schulze die de vele toetsen bedient. ‘Heinrich von Kleist’ en de bonustrack, een alternatieve liveversie van ‘Ludwig’ met geluidstechnisch mindere kwaliteit, zetten de lijn voort. Schulze op zijn best.
’X’ vormt een ijkpunt in de catalogus van een groot componist. Ik ben ervan overtuigd dat in de toekomst de waarde van Schulze voor de moderne klassieke muziek, nog meer dan nu al het geval is, zal worden erkend. Er zal nog wat tijd overheen gaan, maar het heeft mij tenslotte ook bijna 30 jaar gekost om het op zijn ware merites te schatten. En dat alles natuurlijk met dank aan Mister Bob ‘Dr. Robert’ Moog. Reikhalzend kijk ik uit naar vervolgaankopen …. dat gaat weer een hoop geld kosten.

JoJo (12-2005)

Bezetting:
Klaus Schulze - all sort of Moogs, synthesizers, mellotron, tom toms, cymbals
Harold Grosskopf - drums
Wolfgang Tiepold - cello, conductor
B. Dragic - violin
Orchester des Hessischen Rundfunks


Klaus Schulze - Moonlake
Label:
Synthetic Symphony / SPV
Site:
klausschulze
Jaar:
2005
Duur:
74:04
Recensent: JoJo
Waardering:

‘Moonlake’ is Klaus Schulze’s nieuwste release. Ik ben de tel kwijt maar het zal, de serie ‘The Dark Side of the Moog’ inbegrepen, om en nabij zijn zestigste album zijn. Na een ingrijpende en langdurige ziekte is ‘the master’ weer ‘full swing’ terug.
’Moonlake’ is opgedragen aan Robert Moog, die helaas in 2005 overleed maar voortleeft in het schitterende en tijdloze instrument dat hij ooit ontwierp en dat nog steeds door velen wordt gebruikt. Het werkstuk bevat vier tracks waarvan er twee - ‘Playmate in Paradise’ en ‘Artemis in Jubileo’ - live in de studio zijn opgenomen. Al weet ik niet goed wat ik mij daarbij moet voorstellen als alle instrumenten, met uitzondering van de viool, door Schulze zèlf worden bespeeld. De techniek draagt ver, maar zoveel instrumenten tegelijk beroeren lijkt mij zelfs voor Klaus erg moeilijk. ‘Same Thoughts Lion’ en ‘Mephisto’ zijn opnames gemaakt tijdens een liveconcert in Polen op 5 november 2003.
Schulze blijft zich vernieuwen, al zet hij dan maar kleine stappen. Hij maakt elektronische muziek waarin verleden en heden samenkomen, waarin traditie wordt gekoppeld aan visie. Een visie die hij ontleent aan ‘state-of-the-art’ technische mogelijkheden, aan hedendaagse muzikale invloeden en uiteraard aan zijn eigen ervaringen en emoties. Die ontwikkeling komt in het dertig minuten durende ‘Playmate in Paradise’ (Robert Moog?) vooral tot uitdrukking in de eerste acht minuten van de track die sterk ritmisch zijn. Nog meer ritme dan we al van hem gewend zijn (zie review van ‘X’) en een lust voor het oor en het hart. Vervolgens zakt de track wat in, hetgeen de overgang markeert naar een sferisch intermezzo, om vervolgens aan het einde weer op te leven. De ritmes en klanktapijten zijn gelardeerd met etnische melodieën en stemmen die zo uit de zandstormen in de woestijn lijken op te doemen. Ik ben niet zo’n adept van ‘world music’ en van de idealistisch drang om (muzikale) culturen met elkaar te vermengen, als u tussen de regels door begrijpt wat ik bedoel. Hoewel het beeldend wel sterk is, duurt het etnisch getinte gejammer mij dan ook wat te lang en het hoge niveau waarmee het nummer aanving haalt Schulze niet meer. ‘Artemis in Jubileo’ is typisch Schulze en ontwikkelt zich via minieme maar zekere verschuivingen in ritmes en akkoorden tot een climax. En dat geldt ook voor de beide livetracks waarvan ik overigens nauwelijks kan vaststellen dat ze live zijn opgenomen. Van publiek of omgevingsgeluiden is in geen velden of wegen iets te bekennen. ‘Same Thoughts Lion’ gaat, zelfs na herhaalde beluistering, te ongemerkt voorbij. ‘Mephisto’ bevalt mij, door de krachtige drumbasis, heel goed. De geweldige moogsolo rond minuut 10 zal Robert Moog in het hiernamaals een tevreden grijns opleveren: “Zo heb ik het ooit bedoeld Klaus”, zal hij daarbij mompelen.
Schulze heeft betere albums gemaakt. Bij zo’n productiviteit kan de boog echter niet altijd volledig gespannen staan. Ondanks de kanttekeningen kan ik echter geen genoeg krijgen van de man. Hij maakt nog altijd vele malen spannender elektronische muziek dan de door ‘sequences’ en ‘loops’ gedomineerde en eenvormige albums van het huidige Tangerine Dream.

JoJo (02-2006)

Bezetting:
Klaus Schulze - all keyboards
Thomas Kagermann - violin, voice


Discografie (kleine selectie):
Irrlicht (1972)
Cyborg (1973)
Picture Music (1973)
Blackdance (1974)
Timewind (1974)
Moondawn (1976)
Body Love (1977)
Mirage (1977)
Body Love II (1977)
X (78)
Blanche (1979)
Dune (1979)
Trancefer (1981)
Elektronik Impressionen (1982)
Audentity (1983)
En=Trance (1988)
Miditerranean Pads (1990)
Totentag (1994)
In Blue (1995)
Are you Sequenced? (1996)
Dosburg Online (1997)
Moonlake (2005)
Vanity of Sounds (2005)


Scythe - Divorced Land
Label:
Galileo Records
Site:
Galileo
Jaar:
2001
Duur:
73:55
Recensent: JProg
Waardering:

Engelse muziek van een Duitse band stijl neo-prog met vegen oud-Genesis. Een geen gemakkelijke cd die al een tijdje op de stapel naast de cd-speler bivakkeert en waar het gevoel blijft "hier ben ik nog niet doorheen". Deze toestand wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de lange duur van het album gepaard aan het redelijk vermoeiende stemgeluid van Thomas Thielen. De laatste heeft onlangs een solowerk afgeleverd onder de naam T, het album "Naive" en dat geeft bij mij dezelfde beleving. Kortom, ik kom er niet in een keer doorheen ook niet na meerdere draaibeurten.
De songs zijn redelijk tot goed, speltechnisch is het best in orde, goed geluid, verzorgde productie. Maar de zang heeft dat speciale wat ook Peter Hammill wel heeft. Kan hij nu zingen of niet? Juist als je heb vastgesteld dat de tekortkomingen duidelijk zijn gaan die een markant en te waarderen element van de zangstijl vormen. Gewenning doet ook hier weer wonderen.
Het album bevat twee lange songs waarvan de 2e, "Denied" ruim 16 minuten, het hoogtepunt van het album vormt. Scythe in één song, alle registers worden opengetrokken zoals het bij een laatste track van een album hoort en in dit nummer valt alles het best in elkaar. De andere lange song, "One step further" bijna een kwartier, zou naar mijn mening ingekort aan kwaliteit hebben gewonnen. De kortere songs hebben allen een verschillend karakter waarbij de instrumentale gedeelten om genoemde reden mij het makkelijkst vallen. Maar het blijft allemaal erg symfo en voor de liefhebbers is er veel te genieten. Het album in twee delen beluisteren is een goede optie met in elk deel 1 lang nummer. Merkwaardig is dat de cd om een mij duistere reden met een outro begint.
Een veelbelovend debuut.

JProg (2003)

Udo Gerhards - Keyboards, Vocals
Ingo Roden - Bass
Thomas Thielen - Lead Vocals, Guitar
Martin Walter - Drums
Verena Buchholz - Flute

Discografie:
Divorced Land (2001)

Shadow Gallery - Room V
Label:
Site:
shadowgallery
Jaar:
2005
Duur:
75:35
Recensent: JProg
Waardering:

Shadow Gallery heeft met het nieuwe album 'Room V' een vervolg uitgebracht van het verhaal dat op het album ‘Tyranny' uit 1998 begonnen is. De twee figuren die daar naar een nieuwe identiteit zijn gaan zoeken, act 1 & 2, zetten hun innerlijke ontdekkingsreis op deze cd voort op act 3 & 4. Shadow Gallery heeft door de jaren heen een geheel eigen stijl ontwikkeld. Van progressieve metal tot melodieuzere rockvarianten met zelfs af en toe gladde, theatrale momenten, de band kan deze brede band aan stijlvormen zonder moeite aan.
'Room V' is, zoals gezegd in twee delen gesplitst, act 3 & 4. Het album duurt ruim 75 minuten en de knip tussen de acts zit keurig in het midden met twee keer zeven nummers. Om in oude formaten te spreken, het is dus eigenlijk een dubbel-lp en je kan ze gewoon afzonderlijk beluisteren. A propos, dubbel-lp's waren destijds ook die muzieklengte.
Direct opvallend is het tweede nummer, een duet van Mike Baker met Laura Jaeger. Dat is wel mierzoet en dit verwacht je nu niet direct van een progmetalband. Het speelt ook nog rond Kerstmis dus het is in meerdere opzichten dissonerend. Maar de overige tracks zijn gelukkig van een ander kaliber. De belangrijkste songwriter en toetsenist Gary Wehrkamp zorgt met de veelzijdigheid van gitarist Brendt Allmann voor het ene hoogtepunt na het andere waarbij de stevige en rustiger nummers elkaar bijzonder goed afwisselen. Zoals het Shadow Gallery stijlgetrouwe ‘The Andromeda Strain' dat wordt gevolgd door het mooie ‘Vow'. Mike Baker is een erg goede zanger en met de artistieke en vakkundige omlijstingen die zijn medebandleden verzorgen kan het haast niet misgaan De atmosferische bruggen tussen de nummers zijn perfect en smeden het album tot een solide geheel. Ik heb zelf een lichte voorkeur voor act 4, waarschijnlijk door de zeer sterke tracks ‘Torn' en ‘Encrypted' en weer door de uitstekende balans die er in het werk zit. Maar ook de instrumentale opener van dit deel, ‘Seven Years', bevalt mij prima. Een erg symfonisch stuk dat ruw verstoord wordt door brekend glas overgaand in het genoemde ‘Torn'. Een hele sterke song met mooie baslopen van Carl Cadden-James en strakke, perfecte drums van Joe Nevolo. Zonder drumversnellers is hij op zijn best. De titelsong ‘Room V' zit ook in dit deel. Één van de heftiger nummers op het album, maar algemeen beschouwd speelt Shadow Gallery geen bijzondere harde metalprog. Het afsluitend ‘Rain' is daar een mooi voorbeeld van. Solide fundamenten waarop gelaagd een goede song gebouwd wordt.
Met 'Room V' heeft de band een erg degelijk en creatief album gebracht met een opvallend goede balans en heldere productie. Alleen dat duet had voor mij niet gehoeven.

JProg (5-2005)

Bezetting:
Gary Wehrkamp - guitar, keyboards, piano, vocals
Carl Cadden-James - bass, flute, vocals
Mike Baker - lead vocals
Brendt Allmann - guitar, vocals
Joe Nevolo - drums

Discografie:
Shadow Gallery (1992)
Carved In Stone
(1995)
Tyranny
(1998)
Legacy
(2001)
Room V (2005)


Derek Sherinian - Mythology
Label:
Site:
dereksherinian
Jaar:
2004
Duur:
45:50
Recensent: OProg
Waardering:

Voormalig Dream Theater toetsenist Derek Sherinian heeft de afgelopen jaren bepaald niet stil gezeten. Naast het uitbrengen van materiaal met Platypus, Planet X en Jughead is 'Mythology' alweer zijn vierde studioalbum. Gebrek aan gastmuzikanten heeft de heer Sherinian bepaald niet. In het verleden kwamen onder andere gitarist Steve Lukather en Tom Kennedy opdagen. Op zijn vorige album, 'Black Utopia', konden we luisteren naar de gitaristen Al di Meola en Yngwie Malmsteen en bassist Billy Sheehan. Tot de vaste gasten behoren inmiddels drummer Simon Phillips voormalig Mahavishnu Orchestra violist Jerry Goodman en gitarist Zakk Wylde.
Albums die gevuld zijn met instrumentale muziek gespeeld door virtuozen hebben vaak een groot risico. Niet zelden is het eindresultaat een cd vol met oeverloos gefreak en veel solo's, terwijl de composities matig zijn. Alsof alles draait om maar zo vaak en lang mogelijk te laten horen hoe goed alle muzikanten zijn. De vorige albums waren compositorisch redelijk. Helaas klonk de muziek regelmatig nogal eenvormig qua compositie en dit album is daar geen uitzondering op. Gelukkig is het over het algemeen niet puur freaken om het freaken, maar het gaat wel die kant op. Derhalve blijft het aan de goede kant van de streep.
Opvallend aan Sherinian vind ik nog steeds dat hij niet iemand is die de show wil stelen en zelf volop in de schijnwerpers wil staan. Die taak laat hij vaak over aan de mensen die hij om zich heen heeft. Daardoor is het, net als bij zijn vorige albums, niet echt een werkstuk dat je zou verwachten van een toetsenist. De gitaarsolo's vliegen je als het ware om de oren. Ook nu is er weer een aantal topgitaristen aanwezig, wat te denken van Steve Stevens en levende legende Allan Holdsworth.
Het is wat mij betreft zinloos om het album nummer voor nummer door te nemen. Ik denk dat de lezer wel al een idee heeft wat men kan verwachten bij instrumentale muziek met dit soort bandleden. Kort samengevat gaat het om progressieve rock en metal die veel weg heeft van het materiaal dat Joe Satriani, Steve Howe, Jordan Rudess en consorten ook met grote regelmaat op plaat zetten. Op zich bevalt 'Mythology' me wel. Met name de nummers waarin Holdsworth te horen is, 'Day of the Dead' en 'Trojan Horse' behoren tot de hoogtepunten. In beide nummers valt er tevens te genieten van het vioolwerk van Jerry Goodman. Daarnaast zijn ook 'A View from the Sky' en 'El Flamingo Suave' prima. De afsluiter genaamd 'The River Song' is het absolute dieptepunt van de cd. De slechte Ozzy Osbourne-achtige zang van Wylde had beter achterwege kunnen blijven.
Met 'Mythology' heeft Sherinian weer een goed album uitgebracht. Risico is dat het materiaal wel heel erg op elkaar gaat lijken maar zolang er nog grootheden als Allan Holdsworth beschikbaar zijn mag hij nog wel even doorgaan. Misschien zou hij voor het volgende album meer tijd uit kunnen trekken zodat een eventuele toekomstige release geen missers en mindere nummers meer heeft. Nu waren de laatste twee albums goed, maar als de beste songs van de laatste twee cd's op één album hadden gestaan was het misschien een absolute topper geweest.

OProg (11-2004)

Bezetting:
Derek Sherinian - keyboards
Tony Franklin - fretless Bass
Jerry Goodman - violin
Allan Holdsworth -guitar
Steve Lukather - duitar
Simon Phillips - drums
Steve Stevens - guitar
Zakk Wylde - guitar

Derek Sherinian - Blood of the Snake
Label:
Site:
dereksherinian
Jaar:
2006
Duur:
53:01
Recensent: JoJo
Waardering:

In aanvang vond ik ‘Blood of the Snake’ van Derek Sherinian een matig album. Compositorisch is het aan de magere kant en synths klinken als gitaren en gitaren als synths. En ook de ambitie om sneller te spelen dan de eigen schaduw draagt eraan bij dat eenvormigheid meer dan op de loer ligt. De hoes trekt eveneens geen volle zalen, en dan beschik ik nog maar over een promoversie, door zijn opeenstapeling van clichés (vette kleuren, bloed, naakte vrouwen, slangen) die een progmetalhoes een progmetalhoes doen zijn. De obligate en weinig creatieve titel van het album versterkt dit beeld nog eens. Ondanks deze kritiek ontstond bij mij gaandeweg het voordeel van de twijfel. De tomeloze inzet en het technisch kunnen van de band en de poging om nieuwe paden (jazzrock) te bewandelen en te integreren met de progmetal ‘roots’, zijn daar de oorzaak van. Alsmede het gegeven dat het album per saldo hoger uitkomt dan voorlopers ‘Mythology’ en ‘Black Utopia’, waar alle genoemde defecten zich exponentieel voordeden en ieder gaatje in instrumentatie en compositie volledig was dichtgeplamuurd. De opener productie van ‘Blood of the Snake’ en een paar relatieve rustpunten zoals het jazzy ‘On The Moon’ leveren derhalve ook punten op.
Sherinian beheerst zijn keyboards voortreffelijk, buit in marketing-technische zin zijn korte en verre verleden bij Dream Theater nog steeds uit en wordt door velen in het subcultuurtje waarin hij zich beweegt zeer gewaardeerd. Hetgeen blijkt uit de opstelling op dit album. Een aanvallend ingestelde formatie met vedetten als Billy Idol, Zakk Wylde, ex-Guns and Roses’ Slash, Yngwie Malmsteen, Simon Phillips en vroegere kompaan John Petrucci. Hij ligt goed in de groep die Sherinian.
‘Blood of the Snake’ opent met ‘Czar Of Steel’ dat een thema kent dat al zo’n duizend keer – nee, ik overdrijf; het zullen er een paar honderd zijn – in de prog is gebruikt. Toch is het een krachtige, instrumentale opener door de prima ‘groove’. Wat volgt is ‘Man With No Name’ met Ozzy-achtige zang van Wylde dat daardoor aan Black Sabbath schatplichtige hardrock oplevert. Aardig. ‘Phantom Shuffle’ zet ik neer als jazzy hardrock of harde jazzrock met op echte alt sax Brandon Fields. De andere te horen ‘woodwinds’ zijn volgens mij echter digitale ‘woodwinds’. De track kent een typische Miles Davis opbouw en sound. Daarmee slaat Sherinian voorzichtig een voor hem nieuwe weg in en dat bevalt mij wel.
Met deze drie tracks aan het begin van het album is de rest feitelijk ook gekarakteriseerd: een combi van instrumentale en drukke progmetal, ouderwetse hardrock en stevige jazzrock. En zowaar ging dit vijfde album van Sherinian in de loop der luisterbeurten langzamerhand van matig naar goed en zelfs naar uitstekend. Alleen toen kwam ‘In The Summertime’ van Mungo Jerry. Een dieptepunt met puntenaftrek. Wat bezielt je om zo’n doodgedraaid en bij aanvang dertig jaar terug al melig middle-of-the-road popliedje op een progmetal album te zetten? Het zal een gebrek aan kritisch vermogen zijn geweest.
Sherinian heeft met ‘Blood of the Snake’ per saldo een goed album afgeleverd waarbij vooral het lonken naar de jazzrock mij bevalt. Als hij dat in toekomst blijft combineren met een transparanter productie, meer aandacht aan compositorische diepgang geeft en lachwekkende covers achterwege laat, dan gaat het weer goedkomen tussen Derek en mij.

JoJo (07-2006)

Bezetting:
Derek Sherinian - keyboards
Simon Phillips - drums
Brian Tichy - drums
Tony Franklin - bass
Brandon fields - alto sax
John Petrucci - guitars
Yngwie Malmsteen - guitars
Jerry Goodman - violin
Slash - vocals
Zakk Wylde - guitar, vocals
Billy Idol - vocals

Discografie:
Planet X (1999)
Inertia (2001)
Black Utopia (2003)
Mythology (2004)
Blood of the Snake (2006)


Sieges Even -
The Art Of Navigating By The Stars
Label:
Site:
siegeseven.com
Jaar:
2005
Duur:
63:32
Recensent: OProg
Waardering:  

Toch grappig, een band kan al vijftien jaar actief zijn binnen de prog-scene zonder dat ik haar als groot liefhebber en verzamelaar ooit tegen ben gekomen. De meeste van dat soort ontdekkingen eindigen met de conclusie dat het niet voor niets zo weinig aandacht kreeg en dat het nog wel 15 jaar verstopt had mogen blijven. Uitzonderingen natuurlijk zijn niet meer bestaande groepen die ooit, lang geleden een juweeltje opnamen. Actieve bands die goed zijn spoor je meestal wel op of ken je tenminste van naam. Bij Sieges Even zat het anders, de band speelde zelfs in het voorprogramma van Emerson, Lake en Palmer. Dan kan je wat zou je zeggen en dat is ook geheel juist!
Toch is de band die acht jaar geleden het laatste album maakte niet meer hetzelfde. Alleen bassist Alex Holzwarth en drummer Oliver Holzwarth zijn nog over. Verder is voormalig gitarist Marcus Steffen terug. Dan is er in feite alleen nog de zanger nodig. Die werd na een oproep op de site gevonden in de persoon van Arno Menses. Een Rotterdammer, die uitverkoren werd nadat hij een demo stuurde naar de groep. Hij is in ieder geval een perfecte keus. Wat een goede zanger is het! Altijd zuiver, vol emotie en passie. Alle zangpartijen, ook de achtergrondzang, neemt hij voor zijn rekening en dat doet hij goed.
Nu zal het misschien zijn opgevallen dat er geen toetsenist in de band zit. Voor sommigen een reden om een band links te laten liggen maar dat is nergens voor nodig. Toetsen worden geen moment gemist. De gitaar is in gebruik genomen om het op melodieuze manier op te vangen en dat lukt prima. De vergelijking met Rush is dan ook meteen daar overigens.
Toch hebben we zeker niet te maken met een Rush-kloon. Dit is veel meer dan dat en ook veel gevarieerder. Ik hoor veel voorbij komen. In de sterke opener 'The Weight' hoor ik de dynamiek van Dream Theater, terwijl ook Steve Howe en Allan Holdsworth in mijn gedachte langs zullen komen bij verdere beluistering. Gedurende de plaat komen telkens terugkerende loopjes en thema's voorbij zonder dat het een herhalingsoefening wordt. Met 'Blue Wide Open' komt er zelfs nog een rustmoment voorbij alvorens het op het einde nog eens goed van de grond komt. Het enige nadeel dat ik me kan bedenken aan dit werk is dat het allemaal niet heel erg blijft hangen. Het is heel goed, maar niet onvergetelijk.
De productie is werkelijk fenomenaal. Iets waar veel groepen een voorbeeld aan kunnen nemen. Loepzuiver en vol! Dit album is een aanrader voor liefhebbers van de genoemde bands en artiesten. Voeg daar Marillion en Yes aan toe overgoten met een poppy sausje. Dan nog een flinke dosis techniek en een goed gevoel voor songwriting en het eindresultaat is Sieges Even met 'The art of navigating by the stars'. En heren, volgende keer sneller dan acht jaar graag!

Bezetting:
Alex Holzwarth - drums
Oliver Holzwarth- bass
Arno Menses - vocals
Markus Steffen - guitar

Discografie:
Life Cycle (1988)
Steps (1990)
A Sense Of Change (1991)
Sophisticated (1995)
Uneven (1997)
The Art Of Navigating By The Stars (2005)

Mickey Simmonds - The Shape of Rain
Label:
Cymbeline
Site:
-
Jaar:
1996
Duur:
48:48
Recensent: OProg
Waardering:  

Het is leuk als een bij toeval gevonden cd na verloop van een tijdje een album blijkt te zijn dat regelmatig uit de kast komt. Natuurlijk is dit altijd zeer aangenaam met een CD, maar des te leuker is het als zo'n CD ook nog voor een schappelijk prijsje is aangeschaft.
Zo kwam ik alweer enkele jaren geleden op een regenachtige vrijdagavond in Rotterdam dit album van Mickey Simmonds tegen. Simmonds, wie was dat ook alweer? De hoes leerde dat we hem kenden van Fish en Camel (inmiddels ook Renaissance). Het album was niet zo gek veel eerder uitgebracht op Cymbeline Records en bevond zich nu alweer 2e hands in een opruimbak voor het bedrag van € 4,54 (destijds dus 10 gulden).
Eigenlijk vanaf het moment dat ik het kocht is het regelmatig in de CD speler terecht gekomen. Na een instrumentaal 1e nummer, dat doet denken aan Pink Floyd, komt het nummer "Terminus". Ik vind dit al vanaf het begin een topper, een erg Marillion/Fish achtige track. De oorzaken zijn de sfeer van de muziek, maar ook de stem van Martin Sunley. Zijn zangwerk doet zo nu en dan sterk aan Fish denken, terwijl er toch een eigen geluid in zit. Het geheel roept associaties op met "Clutching at Straws". Ook nog steeds leuk zijn de kleine schoonheidsfoutjes, er is enkele malen wat geklik te horen van schakelaartjes (zal wel het keyboard geweest zijn). Na verloop van tijd komt er een stevig gitaar achtig stukje, een soort Steve Rothery-solo op keyboard, waarna het nummer weer kalmeert en de index inmiddels aangeeft dat we bij nummer 3 terecht zijn gekomen. Opnieuw een rustig stuk dat sterk doet denken aan de eerste Fish-plaat (waar Simmonds ook aan meeschreef). Op het einde wat steviger met het gitaar-keyboardwerk dat al eerder te horen was. Bij de inzet van het 4e nummer moet ik toch weer aan "Virgil..." van Fish denken, het nummer is geheel instrumentaal en heeft zo nu en dan wat folk-trekjes. Erg mooi en sfeervol! Het vervolg, "In a Country", is wat meer up-tempo en het begin bevalt me minder dat het tot nu toe gebodene. Het 2e deel is echter weer prima. Daarna vervolgen we de CD met "Red Myst", wederom wat steviger en het komt op mij een beetje "Incummunicado" achtig over, alleen dan instrumentaal. "A few home truths" bevat mooie solo's en een goed gezongen stuk, dat me hier en daar even aan Richard Sinclair doet denken. Wederom met een up-tempo begin en een rustig middenstuk. De drums komen hier wat meer elektronisch over en een drummer van vlees en bloed zou dit nummer naar een hoger plan hebben kunnen tillen. Gelukkig valt dit op de rest van het album niet echt op, mede door het minimale gebruik van de drumcomputer. Tenslotte het laatste deel van het album. "At The Edge" is een rustig instrumentaal stukje, dat een beetje aan Oldfield doet denken. "Twilight", het laatste vocale nummer, is wederom rustig met een mooi klanktapijt van keyboards. "A Wake" is de afsluiter, een flinke dosis bombast komt hier om de hoek en maakt dit nummer tot het meest stevige van het album. Een waardige afsluiter!
Deze CD kom je nog wel eens vrij goedkoop tegen. Ik heb geen idee waar Cymbeline Records is gebleven maar ik geloof dat er in '99 een re-release is geweest van het label Resurgence. Het zal wel duidelijk zijn dat dit album een aanrader is voor mensen die Marillion en Fish een warm hart toedragen. Maar ook doet het zo nu en dan denken aan Camel en Gandalf. De minpunten zijn zoals genoemd de drumcomputer, het gemis van echt gitaar (hoewel dat goed vervangen is door keyboardwerk) en de productie, die vrij zacht is en weinig dynamiek kent. Verder een prima album dat vrij toegankelijk is en 3 OJE's krijgt als passende beloning.

OProg (2003). Mickey Simmonds - music, all instruments
Martin Sunley - vocals
Lyrics - the prophet

Discografie:
The Shape of Rain 1996

Sir Millard Mulch - How to Sell the Whole F#@!ing Universe to Everybody … for Once and for All
Label:
Mimicry Records
Site:
sirmillardmulch.com
Jaar:
2005
Duur:
240 min
Recensent: H 'JoJo' de V.
Waardering:
Ik geloof dat God niet bestaat. Sinds kort geloof ik echter wel dat reïncarnatie bestaat want Frank Zappa blijkt terug te zijn op aarde. Hij is vermomd als Sir Millard Mulch en heeft tijdens zijn onbekende verblijf sinds zijn verscheiden in 1993 wat psychische deficiënties opgelopen. Met behoud van zijn muzikale energie, genialiteit, humor en engagement maar volkomen gek geworden dus. Hoogste tijd om zich onder een andere naam weer te mengen onder al die andere gekken in het ondermaanse. En dat het een geïncarneerde Zappa is blijkt ook uit het gegeven dat het hier gaat om vierenzestig songs op drie CD’s oftewel “four hours monstrosity”. Frank deed het doorgaans niet voor minder. Het album is “the ultimate guide to social metaphysics for salesmen, artists, magicians and all other types of manipulative fakes & liars”. Ik kon het werkstuk dus zonder scrupules kopen. Het langslopen van de tracks is onzinnig gezien het aantal. Daarom probeer ik via uitspraken van Mulch, achtergronden en associaties u een indruk te geven van wat kan worden verwacht.
“Psychiatrisch” patiënt Sir Millard Mulch (pseudoniem voor Paul K. Mavanu) is de eigenaar van een ‘comic book shop’ in Santa Cruz, filosoof en een begenadigd multi-instrumentalist, componist en producer. Hij heeft zich weten te omringen met “famous important people like me” zoals o.a. Virgil Donati (“I can’t believe I was tricked into playing on that stupid Sir Millard Mulch Album”), Devin Townsend, Nick D’Virgilio, Dave Meros, Morgan Ǻgren en Lale Larson. Na het maken van het bizarre album waren zijn collega’s en hij “delighted as frogs with new ice skates”. Hij zoekt zijn muzikanten per project uit want zijn devies is “no band, no band problems”. De muziek is doordrenkt met de complexiteit en het compositorisch vernuft van Zappa, kent invloeden van Mulch’s andere voorbeelden Faith No More en Mr. Bungle en heeft de gecontroleerde en hersenspoelende gekte van Devin Townsend. Het geheel is overgoten met de visie van Mulch op muziek namelijk het benaderen van de perfectie van een computer en het bereiken van de ultieme creativiteit. Dat eerste kan ten koste gaan van het gevoel maar wordt gecompenseerd door het tweede. Mijn gevoel raakt het wel, al kan ik mij voorstellen dat er mensen zijn die volledig afhaken op deze vermoeiende en ‘weirde’ muziek. Hij past soms ook schaamteloos ‘midi sequences’ en door de computer gemaakte fragmenten toe, omdat ze niet door een mens gespeeld zouden kunnen worden.
Mulch is ‘last but not least’ een provocateur zoals Zappa dat ook kon zijn. Op zijn geweldige site die veel leesplezier oplevert staat bijvoorbeeld een doorklik naar een soft-pornosite en een reclamebanner voor Volkswagen met de wervende tekst “Invented bij Hitler in 1932. Stil #1 with the leftist folk”. En wat dacht u hiervan: “guitars are designed in such a way that they can be played by a neanderthal who only knows one chord. This is why punk rockers don't play cello. Whoever invented the cello was smart enough to not include frets, thus making them off limits to these idiots. I respect that immensely”. Ha ha, ik hou hier wel van. Bovendien kun je lid worden van ’s mans ‘Cult’ maar dan moet je aan zeer strenge eisen voldoen zoals “I am charismatic, determined, domineering” en je moet je overgeven aan “totalitarian control of the behavior of the cult members”.
Bent u fan van Zappa? Liefhebber van teksten die vaak ergens over gaan en die soms nergens over gaan maar vol met splijtende humor en provocaties zitten? En geïnteresseerd in muzikale hoogstandjes en grensverlegging? Kopen die handel voordat George Bush het verbiedt.

H. ‘JoJo' de V. (10-2005)

Bezetting:
Sir Millard Mulch – keyboards, guitars, bass, vocals, programming met o.a.
Virgil Donati – drums, percussion
Nick D’Virgilio – drums, percussion
Dave Meros – bass, guitars
Morgan Agren – drums, percussion
Lale Larson - keyboards
Discografie:
Nice, Nice … Very Nice (1995, cassette)
50 Intellectually Stimulating Themes From A Cheap Amusement Park For Robots & Aliens, Vol. 1(1998)
To Hell With All of You, I Just Wanna Grow My Vegetables (1999)
The De-evolution of Yasmine Bleeth (2001, EP)
How to Sell the Whole F#@!ing Universe to Everybody … for Once and for All (2005)


Slavior - Slavior
Label:
Site:
slavior
Jaar:
2007
Duur:
52:08
Recensent: JProg
Waardering:

Slavior is een nieuwe Amerikaanse band geformeerd door Mark Zonder, voormalig drummer van Fates Warning. Samen met gitarist Wayne Findlay (Michael Schenker Group) en zanger Gregg Analla (ex Tribe of Gipsies) maakt dit z.g. powertrio muziek in het segment melodic hard rock. Het is muziek alsof je met een “High Wheel Car” door de stad rijdt, dat is na het eerste nummer van hun titelloze debuut-cd direct duidelijk. Als je daar niet van houdt is het raadzaam de schijf maar direct uit de speler te halen want de resterende tien nummers zijn van hetzelfde laken een pak. En als het wel in de smaak valt?
Een duidelijk kenmerk van de songs is dat ze zijn opgebouwd rond drumwerk als uitgangspunt. En Mark Zonder kan daar wat van, dat is bekend. Daarbij is het muzikale arrangement bewust eenvoudig gehouden, men wil een groter publiek bereiken. Zijn er dan geen progressieve elementen, meestal wordt het dan complex, in de songs gevlochten? Heel spaarzaam, zo weinig dat deze cd voor menig prog-liefhebber minder interessant zal zijn. Slechts de tracks ‘Another Planet’ en de relatief lange - bijna negen minuten - afsluiter ‘Red Road’ zijn door instrumentale wendingen in die richting te memoreren. Niet op een subtiele wijze maar dik gelaagd en hoekig met vette gitaarslagen.
De grote verwachting van de band is het nummer ‘Dove’, waarvan men hoopt dat de hitpotentie bewaarheid gaat worden. En dit is nu juist weer een recht door zee heavy-rock song die lekker klinkt maar verder weinig om het muzikale lijf heeft. Speltechnisch is het allemaal op hoog niveau, de zang is gelikt goed en de composities getuigen van een gedegen talent voor songwriting. Als je het vergelijkt met de heavy bands uit de beginperiode van deze stijl van muziek maken klinkt het veel moderner, maar enigszins kunstmatig waarbij veelvuldig gebruik wordt gemaakt van technische mogelijkheden die er destijds niet waren. En dat kan een probleem zijn voor de houdbaarheid van deze cd, het gemis aan pure emotie. Lekkere muziek dus, vol gas in een grote-wielen-auto.

JProg (03-2007)

Bezetting:
Mark Zonder - drums
Wane Findlay - gitaar, keyboards, bas
Gregg Analla - zang

Discografie:
Slavior (2007)

© 2003-2017 OJE Music OJE Web All Rights Reserved