Q

Quidam - The Time beneath the Sky
Label:
Musea
Site:
quidam
Jaar:
2002
Duur:
64:47
Recensent: JProg
Waardering: Max Score

Een van de mooiste albums van de afgelopen jaren is 'The Time beneath the Sky' van het Poolse Quidam. De groep maakt solide symfonische rock, uiterst melodieus, soms wat bombastisch en altijd heel creatief zonder direct vernieuwend te zijn. Op deze cd staat een opvallende cover van Led Zeppelin's 'No Quarter' van ruim elf minuten. Vooral het gitaarspel van Maciek Meller is hierop van een loepzuivere indringendheid. Fluitist Jacek Zasada speelt krachtig en gevarieerd en vult de ruimte zeer inventief op. Het ritmisch gedeelte met drummer Rafal Jermakow en basspeler Radek Scholl is goed afgewogen en is trouwens op het gehele album een sterke factor. De song wordt op een Floydiaanse wijze neergezet met aantrekkelijke sferische toetsen van Zbyszek Florek. Emila Derkowska is geen Robert Plant maar doet het goed. Deze uitvoering steekt het origineel naar de kroon en dat is geen geringe prestatie.
Maar ook de andere eigen nummers zijn doordacht gecomponeerd en worden op een hoogstaand technisch niveau uitgevoerd. Zwakke momenten kent het album niet. De fraaie momenten rijgen zich moeiteloos aaneen en de productie is opvallend vol en kraakhelder. De nummers worden, op 'No Quarter' na, in het Pools gezongen ondanks de Engelse titels. De songteksten staan in het met een mooie schildering getooid cd-boekje in het Engels afgedrukt.
De cd bestaat uit twee delen. Eerst vijf losse nummers inclusief Zep's cover en dan volgt het hoofdthema, de titelsong 'The Time beneath the Sky'. Dit bestaat ook weer uit vijf delen die totaal ruim een half uur in beslag nemen. De start van het album, het korte sferische zangnummer 'Letter from the Desert', gaat via mystiek fluitspel en een wel erg aan Pink Floyd denkende passage over in deel twee met dezelfde titel maar nu met de band in volle glorie. Na deze sterke opening is het eerder beschreven 'No Quarter' aan de beurt. Een beetje vreemde vroege plek op de tracklist. 'No Name' en 'Kozolec' zijn van die typische Quidam nummers waarin Emila Derkowska heel ingetogen zingt en niet meer schreeuwerig wordt in de hardere passages, iets waardoor eerder werk wel eens werd ontsierd. Haar timing is voortreffelijk. Dit zal wel haar laatste wapenfeit bij de band zijn want zij heeft voor een andere carrière gekozen. Op 'Kozolec' speelt de welbekende Robert Amirian mandoline als opvallend detail.
De eerste twee delen van het hoofdnummer, 'Credo 1 en 2', kennen veel afwisseling van toetsen, gitaar, fluit en talloze muzikaal spannende momenten. Via het lome, wat jazzy gezongen 'You are' wordt toegewerkt naar het instrumentale, haast tien minuten durende, sterke 'Quimpromptu'. De song kent een prachtige opbouw, schitterend gitaarwerk, verfijnd toetsenspel afgewisseld door wervelend fluiten. Een hoogtepunt. Met 'Time Beneath Thy Sky' wordt op een aan Camel denkende wijze de cd afgesloten, maar gezien de innige contacten met Colin Bass lijkt dat geen toeval.
Quidam heeft sinds de oprichting in 1991 maar vier volledige albums afgeleverd waaronder een live-cd, dus erg productief zijn ze niet. Hoe het verder moet met de band is ongewis, hun site geeft summier nieuws, en deze cd stamt alweer uit 2002. Een andere zangeres lijkt me geen optie. Een zanger misschien of gewoon instrumentaal verder? Men schijnt voor het eerste gekozen te hebben met ene Bartek Kossowicz. Ook zijn de drummer en bassist vervangen.
Samenvattend kan dit het beste Quidam album tot nu genoemd worden en naar alle waarschijnlijkheid gelukkig niet het laatste. De hoge vermelding in mijn toplijst 2002 blijkt nog altijd terecht.

JProg (2-2005)

Bezetting:
Emila Derkowska - zang
Zbyszek Florek - toetsen
Rafal Jermakow - drums
Maciek Meller - gitaar
Radek Scholl - bas
Jacek Zasada- - dwarsfluit

Discografie:
Quidam (1996)
Sny Aniolow / Angels Dreams (1998)
Live In Mexico '99 (1999)
The Time Beneath Te Sky (2002)


Quidam - SurREvival
Label:
Rock-Serwis
Site:
quidam
Jaar:
2005
Duur:
54:55
Recensent: JProg
Waardering:

Quidam heeft de suggestie opgevolgd op zoek te gaan naar een zanger, nadat zangeres Emila Derkowska de band verlaten had. Heel verstandig dus. Het is ene Bartek Kossowicz geworden, die bovendien in staat blijkt in goed Engels te kunnen zingen. Daarnaast is een geheel nieuwe ritmesectie van de partij omdat zowel de drummer als de bassist Emila achterna zijn gegaan.
De Floydiaanse “Dark Side” opening van het nieuwe album ‘SurREvival' wordt verrassend voortgezet met muziek van een ander kaliber dan we van Quidam gewend waren. Kossowicz doet aan een mix van Fish en Steve Hogarth denken, is goed, maar het buitenissige van de eerdere albums is minder geworden. Misschien ook omdat het nu, van Pools begrijp ik niets, verstaanbaar is. De songs zijn duidelijk meer “mainstream” maar in de goede zin van het woord en zoals bij zoveel "prog" van tegenwoordig, het is harder dan voorheen. Vooral de gitaarversterkers zijn flink opgedraaid: het Arena-effect. Wat John Mitchell doet kan ik ook, moet Maciej Meller gedacht hebben.
Na de genoemde openingsschermutselingen volgt ‘Hands Off', een song van ruim negen minuten, waarin duidelijk wordt dat Quidam staat als een huis. Van Meller, Zasada en Florek weten we al dat ze veel in hun mars hebben maar de nieuwelingen komen uitstekend mee. De composities zijn niet vernieuwend maar kennen veel mooie details. Aangename, meestal vrij stevige prog is het resultaat. ‘Not so Close', met een typisch Quidamloopje en ‘The Fifth Season', aan de zoete kant, zijn daar voorbeelden van. De titelsong ‘surREvival' is top met een vertrouwde Meller-gitaar en fraaie keyboards. De ‘Queen Of Moulin Rouge' is daarentegen weinig boeiend ondanks de mooie fluitinvulling. De afsluitende track, het ruim dertien minuten durende ‘Everything's Ended', zou het klapstuk kunnen en moeten zijn. Maar daar slaagt de band niet in. De song biedt te weinig variatie om te blijven boeien, duurt te lang en vormt daardoor enigszins een anticlimax.
Samenvattend: Quidam heeft een goed album afgeleverd maar spectaculair is het beslist niet. De nummers zijn degelijk en uitstekend gespeeld maar liefhebbers van muzikale extravagantie en tegendraadsheid zullen teleurgesteld worden.

JProg (7-2005)

Bezetting:
Zbyszek Florek - keyboard
Maciej Meller - guitars
Bartek Kossowicz - vocal, backing vocals
Mariusz Ziólkowski - bass guitar
Maciek Wróblewski - drums
Jacek Zasada - flutes

Discografie:
Quidam (1996)
Sny Aniolow / Angels Dreams (1998)
Live In Mexico '99 (1999)
The Time Beneath Te Sky (2002)
SurREvival (2005)


Quill - Sursum Corda
Label:
Syn-Phonic
Site:
www.synphonic.8m.com 
Jaar:
1977
Duur:
35:32
Recensent: H 'JoJo' de V
Waardering:

Mocht u ooit op een beurs of veiling de vinylversie van 'Sursum Corda' ('Lift up your heart') van de Amerikaanse band Quill uit 1977 tegenkomen, dan zou ik haar - gezien de excessieve verzamelaarswaarde - maar in de tas laten glijden. En dat geldt tevens voor de repressing op CD van dit werkstuk. Want u krijgt 35 minuten symfonische rock van misschien niet de bovenste maar dan toch wel de één na bovenste plank. Gestoken in een prachtige en informatieve hoes maakt u al luisterend deel uit van "a musical fantasy story of a complete and separate world which you can enter in and travel about, staying as long as you wish; and you may come back whenever you please".
Het driemansschap Ken DeLoria, Keith Christian en Jim Sides heeft ooit, door het uitblijven van succes en het maffiose gedrag van de muziekindustrie, enigszins verbitterd en gedemotiveerd het muzikale bijltje erbij neergegooid. Hoewel DeLoria en Sides niet geheel verloren zijn gegaan voor de muziek want zij zijn momenteel eigenaren en managers van Apogee Sound Incorporated, een mondiaal bedrijf dat 'sound systems' en luidsprekers voor concerten en grote evenementen maakt. Van demotivatie is echter op het uit twee delen bestaande 'Sursum Corda' absoluut geen sprake. Het 19 minuten durende openingslibretto ('First Movement') is overweldigend door de pakkende melodieën, de virtuoze solo's op de vintage toetsen waaronder hammond organ, mellotron en ARP strings en door de schitterende orkestraties en arrangementen. DeLoria is een geweldenaar op de toetsen waarbij 'The March of Kings' eruit springt. Hij refereert op synthesizer en orgel aan Keith Emerson, terwijl hij bij het beroeren van de piano door zijn toetsaanslag klinkt als jazzpianist Keith Jarrett. De gedoseerde zang is redelijk tot goed maar is helaas wat naar de achtergrond gemixt. In het 'Second Movement' zet de hoge kwaliteit zich een kwartier lang voort, hoewel de melodielijnen hier wat minder vloeiend zijn en ook de zang wat achterblijft. Kritiekpunt kan ook zijn dat Quill te weinig een eigen geluid laat horen. Ook in dit tweede deel bevinden zich immers vele verwijzingen naar met name ELP maar ook naar Yes, Fields en Jackson Heights.
Het tweede werkstuk 'The Demise of the Third King's Empire' uit 1978 werd helaas tengevolge van financiële problemen nooit uitgebracht. Er moeten wel opnames van in omloop zijn want het immense stuk is zo'n twintig maal door Quill live gespeeld. Laten we hopen dat Greg Walker van Syn-Phonic Records ooit besluit 'The Demise …' alsnog op de markt te brengen want naar verluidt schijnt dit mysterieuze tweede album het prima debuut te overtreffen.

H. 'Jo Jo' de V. (4-2004)


Bezetting:
Ken DeLoria - hammond B2 organ, moog synthesizers, mellotron, harpsichord, steinert grand piano, ARP string ensemble, RMI keyboard computer
Jim Sides - vocals, drums, cymbals, orchestra bells, tubular bells, tympani
Keith Christian: vocals, rickenbacker bass, nylon string guitar

Discografie:
Sursum Corda (1977)


© 2003-2017 OJE Music OJE Web All Rights Reserved