O

Patrick O'Hearn
Eind jaren 70 en begin jaren 80 was Patrick O'Hearn bassist in één van de beste line-ups van Zappa's Mothers of Invention. Hij speelde o.a. mee op klassieke Zappa-albums als 'Sheik Yerbouti', 'Joe's Garage Act 2 & 3' en 'Tinseltown Rebellion'. Hoe groot is het verschil met de muziek die hij daarna als solo-artiest ging componeren en uitvoeren, want hij bekeerde zich tot 'electronic and ambient music'. En niet alleen als bassist maar O'Hearn bleek tevens een begenadigd keyboardspeler; iets waar hij bij Zappa, met geweldenaar Tommy Mars op toetsen, de kans niet voor kreeg. En hij heeft sinds die tijd een omvangrijke catalogus opgebouwd van autonoom werk en filmmuziek. Bovendien heeft O'Hearn als componist een aantal Grammy's ontvangen. Op veel van zijn albums wordt hij produktietechnisch bijgestaan door Peter Baumann, voormalig lid van Tangerine Dream. En dat is te horen aan met name de wijze waarop de sequencers en synths in het geluidsspectrum staan. Wat resulteert is een heel open en direct geluid, dat je voelt in de onderbuik en waarbij het lijkt alsof O'Hearn in je kamer optreedt. De elektronische rhythms die hij op zijn albums gebruikt zijn ongeëvenaard en zijn kwaliteit op dat punt is waarschijnlijk terug te voeren op zijn ervaring als bassist. O'Hearn schildert met kleuren die hij kiest en mengt op zijn sonische pallet. Een pallet dat veelal bestaat uit donkere kleuren. Door de gedoseerde toevoeging van wat lichtere teinten worden zijn albums echter nooit somber. Hij kiest daarbij doorgaans voor een klassieke symfonische opbouw van albumtracks. Dus met een kop waarin het thema wordt neergezet, een romp waarin hij varieert op het thema dan wel inhoudelijke uitstapjes maakt en een staart waarin het oorspronkelijke arrangement één of meerdere keren terugkeert. Elektronische muziek vind ik vaak mank gaan aan compositorische en melodische armoede en het gebruik van de techniek om de techniek. Daar is bij O'Hearn geen sprake van. Composities zitten sterk in elkaar, waarbij de thema's zich snel opslaan in het hoofd en de techniek geen doel op zich is maar wordt ingezet als middel om het sonische pallet te verkennen. Verwacht niet Zappa-relikwieën in het werk van O'Hearn aan te treffen want die zijn er niet. Maar daar zullen de meeste elektro-adepten ook niet naar op zoek zijn. Of zij vinden waarnaar zij wèl op zoek zijn, kunnen zij bepalen aan de hand van de onderstaande recensies van voorlopig drie albums van O'Hearn. Drie werken die een aardig beeld schetsen van de ontwikkeling die O'Hearn doormaakte in de beginjaren.

Patrick O'Hearn - Between Two Worlds
Label:
Private Music
Site:
www.patrickohearn.com
Jaar:
1987
Duur:
48:12
Recensent: H. 'JoJo' de V.
Waardering:

Ik heb 'Between Two Worlds' ooit gekocht op de naam van O'Hearn. Wist niet goed wat ik moest verwachten van een ex-Zappiaan die de elektronische muziek ontdekt heeft. Groot was mijn verrassing bij de openingstrack 'Rainmaker'. Een filmisch nummer, met sterke ritmes en prachtige toetsen en verrassende geluiden. Het daaropvolgende 'Sky Juice' kent echter een enigszins suf ritme en is mij te easy listening. Het is 'Langs-de-Lijn-muziek' waarvan je ieder moment verwacht dat het wordt weggedraaid om de tussenstand bij Cambuur – Den Bosch door te geven. En als je dan weer terugkomt bij de muziek blijk je niets gemist te hebben. Met deze eerste twee tracks hebben we direct de twee uitersten te pakken op 'Between Two Worlds', namelijk verwondering en verrassing bij de beeldende soms experimentele nummers met diepgang zoals 'Rainmaker' en 'Fire Ritual'. En het gevoel van lamlendigheid en traagheid bij eendimensionale tracks als 'Gentle was the Night, 'Cape Perpetual' en '87 Dreams of a Lifetime'. Na een vermoeiende dag best lekker maar niet te vaak.
Patrick O'Hearn moest duidelijk zijn weg nog vinden ten tijde van 'Between Two Worlds'. Hij hinkte op twee gedachten en bevond zich dus tussen twee werelden. Consistentie, diepgang en compositorische durf liet hij pas zien in zijn latere werk. Hier overheerst helaas de ellendige traagheid van het bestaan.

H. 'JoJo' de V. (7-2004)

Bezetting:
Patrick O'Hearn - synthesizers, bass, acoustic & electronic drums, percussion and a variety of sampled objects & noise makers
Brian Ransom - whistling water jar & creator of many ceramic instruments

Patrick O'Hearn - Rivers Gonna Rise
Label:
Private Music
Site:
www.patrickohearn.com
Jaar:
1988
Duur:
45:37
Recensent: H. 'JoJo' de V.
Waardering:

'Rivers Gonna Rise' biedt een preview op een deel van de bezetting van de latere band 'Missing Persons' en kent met Bozzio, Cuccurullo en O'Hearn zèlf een hoog Zappa-gehalte. Of het komt door de bezetting òf door de 'natuurlijke' ontwikkeling die O'Hearn had doorgemaakt na 'Between Two Worlds', maar de oppervlakkigheid van dat voorgaande album heeft hier plaatsgemaakt voor elektronische muziek met meerdere lagen en onverwachte wendingen. O'Hearn heeft enige schroom van zich afgeworpen en durft langzaam maar zeker te jongleren met zijn instrumenten en met zijn compositorische kwaliteiten. In de rug gesteund en in balans gehouden door zijn collega-muzikanten die zich allen op hoog niveau bewegen. Luister maar eens naar 'Glory for Tomorrow' waar O'Hearn ons de eerste doorkijkjes gunt naar het hoge niveau dat hij later o.a. op het album 'Indigo' zal bereiken. Gestuurd door de bas en toetsen van O'Hearn soleert de trompet van Mark Isham er lustig op los en schiet het nummer in de goede zin van het woord alle kanten op. Of geniet van 'Acadia' waar de warme klanken van de synthesizers de voorbode zijn van een zich langzaam opbouwend en repeterend thema. In 'Forgiveness' valt op wat een goede bassist O'Hearn is. In een op Jaco Pastorius gelijkende stijl geeft hij samen met de toetsen de structuur aan deze track. 'A Brief Repose' is prima ambient en zou zo op een album van Brian Eno kunnen staan. En dan die prachtige flügelhorn van Isham, een instrument dat qua warmte en toon perfect past bij deze laid backmuziek en het zelfs een licht jazzy toets geeft.
Ten slotte. Heel af en toe vervalt O'Hearn in het oude gedrag van 'Between Two Worlds' en komt hij met tè gemakkelijke, bijna 'middle-of-the-road' nummers op de proppen zoals 'Reunion'. Maar die zijn hier gelukkig veruit in de minderheid. Het grootste deel van 'Rivers Gonna Rise' is gevuld met prima, voornamelijk elektronische, muziek die compositorisch goed in elkaar zit en regelmatig voor verrassingen zorgt.

H. 'JoJo' de V. (7-2004)

Bezetting:
Patrick O'Hearn - synthesizers, bass, acoustic & electronic percussion
Peter Maunu - guitar
Warren Cuccurullo - guitar effects
Terry Bozzio - acoustic percussion
John Valen - acoustic percussion
Mark Isham - trumpet, flügelhorn

Patrick O'Hearn - Mix Up
Label:
Private Music
Site:
www.patrickohearn.com
Jaar:
1990
Duur:
46:41
Recensent: H.'JoJo' de V.
Waardering:

Zoals uit de andere reviews van albums van Patrick O'Hearn op deze site blijkt, ben ik een volger van deze artiest en waardeer ik zijn autonome werk doorgaans als redelijk tot goed. Dat ligt anders bij 'Mix Up'.
O'Hearn heeft op 'Mix Up' gekozen voor het opnieuw laten mixen, door een stoet aan bekende producers, van een aantal reeds uitgebrachte tracks. Of zoals hij zelf zegt " extensively tweezed and disco-ized by the following individuals: David Frank, Joe "The Butcher" Nicolo, David Barrett, Carmen Rizzo Jr., and Laney Stewart". Vooral het woord 'disco-ized' is hier helaas van toepassing. Neem uzelf eens mee in een gedachte-exercitie. U neemt als uitgangspunt heerlijke rustgevende electronische muziek waarop u weg wilt dromen in uw eigen 'ambient'. U kwam tenslotte thuis van een zeer vermoeiende werkdag. En uw buurman besluit op datzelfde moment om keiharde discomuziek te gaan draaien waarvan u 'slechts' de beats kunt onderscheiden die notabene ongevraagd door de muren meedreunen met het kabbelende geluid van de synthesizers en mellotrons op uw ambientalbum. En probeer dan het gevoel van irritatie voor de geest te halen wat u ongetwijfeld zou overvallen. Dan heeft u het gevoel te pakken wat mij overviel bij het beluisteren van 'Mix Up'.
De mixes van de nummers zijn weliswaar zeer smaakvol gedaan, het geheel is gestoken in een heldere produktie en af en toe krijgen de prachtige klanken van de originele nummers de kans om door de dominante ritmes heen te schemeren. Maar wat overheerst zijn de beats en de toegevoegde kenmerkende discogeluiden die het origineel op brute wijze verkrachten. Eerlijk gezegd begrijp ik dit soort projecten van artiesten niet zo goed. Het is best interessant om te spelen met je composities, live worden er tenslotte ook modificaties aangebracht, en men zal lol hebben beleefd aan de gekke 'mixfratsen' die men nu weer had bedacht. Maar je hebt ooit niet voor niets gekozen voor de originele opmaak van de tracks. Daar zijn uitgebreide discussies, afwegingen, doordachte toevoegingen en weglatingen aan voorafgegaan. Die worden op deze wijze 'disco-ized' in de vuilnisbak gegooid. Onbegrijpelijk en een smetje op het verder overigens aantrekkelijke palmares van Patrick O'Hearn. Richt u dus op de andere items uit zijn catalogus en laat 'Mix Up' links liggen in de bak 'nieuw' en zelfs rechts in de ramsjbak.

H. 'JoJo' de V. (7-2004)

Bezetting:
Patrick O'Hearn - all instruments


Patrick O'Hearn - Indigo
Label:
Private Music
Site:
www.patrickohearn.com
Jaar:
1991
Duur:
45:08
Recensent: H. 'JoJo' de V.
Waardering:

Patrick O'Hearn laat zich op alle negen tracks van 'Indigo' ondersteunen door Warren Cuccurullo die verantwoordelijk is voor de "guitar ambience and aesthetic atmosphere". 'Indigo' is een coherent album dat uitblinkt door zijn heldere produktie, zijn dynamiek via de afwisseling van rustige en minder rustige tracks en de pakkende tot wegdromen en nadenken stemmende melodieën. Onhandig is de vermelding van de tracktitels uitsluitend op de CD zelf. Een beetje moeilijk bekijken als de schijf onder de laser straalt ..…. 'Indigo' kent geen zwakke momenten maar wel drie uitschieters waarin alle in de inleiding op deze artiest genoemde kwaliteiten samenkomen. 'Sacrifice', de titel doet het al vermoeden, is een bijna religieus nummer dat begint met sacraal gezang van monniken en een fabelachtig thema en medidatief ritme kent. De na enige tijd invallende drums knallen de speakers uit, ondersteund door prachtige klanktapijten en onheilspellende geluiden. Ronduit geweldig is 'Upon the Wings of Night'. Een track die mij doet denken aan 'Alaska' van UK. De sfeer is bijna eng te noemen en de fantastische flügelhorn van ambientmuzikant Mark Isham kan slechts kippenvel veroorzaken. Het imponerende 'The Ringmaster's Dream' is door zijn opbouw en arrangement pure klassieke kamermuziek. In een traditionele bezetting van een kamerorkest zou het ideaal zijn om er in hoepelrok en pruikentooi op te dansen.
Een belangrijk deel van 's mans oeuvre is voor iedere liefhebber van elektronische muziek een aanwinst. Van de drie hier besproken albums is 'Indigo' echter verreweg het sterkste werkstuk. Een baken voor een ieder die zijn weg zoekt binnen dit toch altijd wat obscure muzieksegment. Wel speelt bij beluistering steeds de vraag door het hoofd "Wat zou Frank Zappa hiervan hebben gevonden?"

H. 'JoJo' de V. (7-2004)

Bezetting:
Patrick O'Hearn - keyboards, electronics, bass and percussion
Warren Cuccurullo - guitar ambience and aesthetic atmosphere
Mark Isham - horn

Patrick O’Hearn - Trust
Label:
Deep Cave Records
Site:
www.patrickohearn.com
Jaar:
1995
Duur:
45:32
Recensent: JoJo
Waardering:

In het kader van de serie ‘Volg Patrick O’Hearn’ (zie reviews) kan ik niet om een bespreking van ‘Trust’ heen. Het is overigens niet altijd even gemakkelijk om werken van O’Hearn, anders dan via internet, te kopen. De meeste tikte ik op de kop bij ‘De Plaatboef’ in Rotterdam. Zo ook deze. Ik spoedde mij naar huis en ….
…. ik viel direct met de deur in huis: wat een geweldig album! Ik begrijp wel waarom ‘Trust’ in het releasejaar genomineerd werd voor een Grammy. Het sterke van O’Hearn vind ik dat hij in staat is om somberheid te koppelen aan warmte. De meeste composities klinken donker en bedrukt en toch gaat er een weldadige warmte en rust van uit. Terwijl collega’s in het instrumentale elektronische genre nogal eens blijven steken in klinische, digitale kilte waar ik juist onrustig van word. Daarnaast is hij zeer bedreven in het bouwen van een structuur en het componeren van sterke melodieën die snel blijven hangen. O’Hearn laat zich ook hier soms ondersteunen door makkers uit zijn Zappaverleden zoals Bozzio en Cuccurullo, maar de meeste taken vervult hij zelf.
‘Trust’ bestaat uit acht delen die handelen over de ontdekking in 1991 van de ‘Cousquer Cave’ in Frankrijk, waarin kunstuitingen op de wanden zijn gevonden die teruggaan tot 12000 jaar voor Christus. De hoes geeft daarvan een mysterieus voorbeeld dat mij enige angst inboezemt. Welbeschouwd bevatten deze acht tracks geen zwakke momenten. Wel uitschieters zoals het schitterende ‘Liberty’ dat de schijf opent en dat mij enigszins door het ritme en de gitaar doet denken aan, en dat is een behoorlijke zijstap, The Cure ten tijde van ‘Seventeen Seconds’. Het thema is zinderend en de opvallende geluiden en echo’s zijn, zo stel ik mij voor, een metafoor voor de letterlijke en figuurlijke echo’s die te horen zullen zijn in de gewelven van genoemde Franse grot. Ook hier is zoals op ’Indigo’ uit 1991 de ondersteunende bas van O’Hearn - tenslotte zijn ‘roots’ - imponerend. Een tweede climax wordt gevormd door ‘Two Continents’ dat mij door zijn melancholische thema kippenvel bezorgd en waar Bozzio schittert op zijn ‘Turkish drums’. Het wat vrolijker ‘Equinox’ met briljant geweven tapijten van synths wordt gevolgd door een ander hoogtepunt, het titelnummer. Percussie vormt de basis waarover de synthesizers hun weg zoeken, wederom gestuurd door een pakkend thema. En dat geldt ook voor de twee laatste tracks ‘3 Circles’ en ‘Last Farewell’.
Patrick O’Hearn zie ik als één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de hedendaagse elektronische muziek. ‘Trust’ vind ik samen met ‘Indigo’ apotheosen van zijn oeuvre. Voor zover ik dat in mijn bezit heb. De bakken van ‘De Plaatboef’ worden dan ook gedegen in de gaten gehouden ……

Jo Jo (12-2005)

Bezetting:
Patrick O'Hearn - electronics, bass, percussion, textural guitar
Warren Cuccurullo - guitar
David Torn - textural guitar
Peter Maunu- textural guitar
Terry Bozzio - turkish drums

Discografie:
Ancient Dreams (1985)
Between Two Worlds (1987)
Rivers Gonna Rise (1988)
Eldorado (1989)
Mix Up (1990)
Indigo (1991)
The Private Music of Patrick O'Hearn (1992)
White Sands (1992, filmmuziek)
Crying Freeman (1996, filmmuziek)
Trust (1995)
Metaphor (1996)
A Windham Hill Retrospective (1997)
So Flows The Current (2001)
Beautiful World (2003)
Slow Time (2005)


Opeth - Ghost Reveries
Label:
Roadrunner
Site:
opeth.com
Jaar:
2005
Duur:
45:08
Recensent: OProg
Waardering: Max Score

Opeth brak in de tweede helft van de jaren negentig door bij het death-metalpubliek met albums als ‘Morningrise' en ‘Still Life'. Muzikaal gezien was de muziek al behoorlijk progressief, met veel tempowisselingen en overgangen. De reden dat Opeth niet direct een groter publiek trok zat voor een groot gedeelte in de gruntzang van gitarist en bandleider Mikael Åkerfeldt. Dit gebeurde pas in 2001 met het album ‘Blackwater Park'. De groep was in contact gekomen met Steve Wilson, die wij allen kennen van onder andere Porcupine Tree. Zonder wezenlijk veel te veranderen aan het geluid wist de band nu wel ineens haar fanbase te verbreden. De groep klonk volwassener en meer gepolijst, waar de productie van Wilson voor een groot deel aan heeft bijgedragen. Samen met Wilson werd een jaar later ‘Deliverance' uitgebracht. Voor mij persoonlijk het hoogtepunt binnen het oeuvre tot dan toe. Volgens sommige fans van het eerste uur was de band met deze cd al veel te ver verwijderd van het rauwe geluid van de eerste albums. Maar de verrassing zou nog groter worden. In 2003 werd ‘Damnation' uitgebracht. Dit album bestond uit tracks die opgenomen waren gedurende de sessie van ‘Deliverance' en die oorspronkelijk voor een dubbelalbum bedoeld waren. Van hard gitaarwerk was geen sprake en de zang van Åkerfeldt is het hele album ‘clean'. Het lijkt qua muziek veel op bijvoorbeeld Anglagard en Anekdoten.
Voor de band was de tijd rijp om over te stappen naar een groter label en men koos voor Roadrunner. Het was voor velen de vraag wat er zou gaan gebeuren. Sommige fans waren bang dat de band verder zou gaan in de richting van ‘Damnation' en hierbij net als bijvoorbeeld Anathema volledig van stijl zou veranderen. Wie echter goed had gekeken naar de DVD 'Lamentations' had al vast kunnen stellen dat dit niet direct zou gebeuren.
Op welke voet Opeth verder is gegaan blijkt direct uit het eerste nummer van de nieuwe schijf. Op ‘Ghost of Perdition' gaan de heren meteen stevig te keer, grunt Åkerfeldt weer als vanouds en laat Lindgren zijn gitaar goed horen. Toch zit de invloed van 'Damnation' er ook nog duidelijk in. De muziek is gevarieerder, met veel meer zang en rustige passages. Het openingsnummer 'Ghost of Perdition' laat alle elementen horen die terug te vinden waren in de muziek van de band gedurende de afgelopen jaren. Na een half uur kan de luisteraar genieten van het rustige ‘Atonement' met veel orgel om langzaam op te bouwen naar een nieuw hoogtepunt in de vorm van ‘The Grand Conjuration'.
Met ‘Ghost Revieres' hebben de Zweden misschien wel het beste album tot nu toe gemaakt. Het is gevarieerder dan alle andere albums en ook is er meer oog voor detail. Ik las op internet dat iemand zich afvroeg hoe het kwam dat hij wel van Opeth houdt maar hij totaal niets van de extreme muziek van de meest death- en blackmetalbands begrijpt. Ik ken het verschijnsel en een passend antwoord heb ik er niet op. De liefhebber van progressieve rock moet het zelf maar eens proberen. Het went snel genoeg.

OProg (9-2005)

Bezetting:
Mikael Akerfeldt - vocals, guitar
Peter Lindgren - guitar
Martin Mendez - bass
Martin Lopez - drums
Per Wiberg - hammond organ, keyboards

Discografie:
Orchid (1995)
Morningrise (1997)
My Arms, Your Hearse (1998)
Still Life (1999)
Blackwater Park (2001)
Deliverance (2002)
Damnation (2003)
Lamentations – Live At Shepherd’s Bush Empire 2003 DVD (2003)
Ghost Reveries (2005)


OSI - Free
Label:
Site:
osiband.com
Jaar:
2006
Duur:
48:10
Recensent: OProg
Waardering:

Het was 1998 toen ik ineens met een album in mijn handen stond dat de naam ‘Liquid Tension Experiment' had. Het was een project rond het duo Petrucci/Portnoy, u waarschijnlijk wel bekend van Dream Theater. Samen met Tony Levin en Jordan Rudess, die op dat moment nog geen lid was het droomtheater, experimenteerden ze twee albums vol. Het resultaat van hun muzikale reis was van begin tot eind een succes en de twee albums zijn nog steeds ‘veeldraaiers'. Voor mijn gevoel werd met Liquid Tension het startsein gegeven voor een hele reeks gelegenheidsbands. Deze groepen brachten hun materiaal meestal uit op de labels Magna Carta en InsideOut, hadden vaak (ex)Dream Theater leden, waren veelal instrumentaal en vaak bleef het bij één of twee albums. De vraag is dan wat de reden moet zijn om het zoveelste album dat volgens deze wijze gemaakt is te kopen. Is OSI weer wat anders of meer van hetzelfde?
Wat mij betreft is ‘Free' een sterk album geworden dat zich redelijk weet te onderscheiden van al het andere. Het titelloze vorige album is nooit een album geweest dat aan de lopende band in de speler lag maar toch een groter succes qua luisterbeurten dan veel andere projecten. ‘Free' is een logisch vervolg op het eerste album hoewel ik het idee heb dat er tijdens het maken meer samenwerking is geweest dan op het debuut. We horen weer een mix van wat hardere stukken die aan de laatste albums van Fates Waring doen denken. Dit gemixt met de melancholie van Kevin Moore zoals ook te horen op de albums van zijn eigen band Chroma Key. De hardere passages hebben een heel hoog Liquid Tension gehalte en missen soms een eigen gezicht. De welkome afwisseling die op de eerste schijf twaalf minuten duurde, doelend op de aanwezigheid van Steve Wilson als zanger, ontbreekt hier en dat is een gemis. De stem van Moore gaat na verloop van tijd wel een beetje vervelen. Sean Malone heeft de bas voor dit album overgedragen aan Joey Vera en de stukken waarop deze te horen is zijn allemaal wat steviger. Hij draait er als het ware minder omheen en speelt harder. Mike Portnoy is zoals altijd in topvorm en is en blijft geweldig!
Wat is dan de slotconclusie bij een album als ‘Free'? Dat het zeker een goed album is met een aantal zeer sterke passages. Ondanks dit maakt het niet de indruk die het als eerste genoemde Liquid Tension Experiment wel maakte. Misschien een flauwe vergelijking aangezien die band toch anders van opzet en idee was maar wel iets waar ik, zoals ik al zei, dit soort projecten mee vergelijk. Het is echter wel een goed werkstuk dat een selecte groep liefhebbers zal kunnen bekoren. Ik kom zelf qua normering tussen de drie en vier OJE's. Ik rond het op dit moment af naar boven, als aan het einde van het jaar blijkt dat het een album is dat niet ondersneeuwde tussen ander geweld dan is het een juiste keuze geweest. Als echter blijkt dat dit niet het geval was dan had het toch op drie OJE's moeten blijven. Tijd zal het leren.

OProg (4-2006)

Bezetting:
Jim Matheos - guitars, keyboards and programming
Kevin Moore - vocals, keyboards and programming
met:
Mike Portnoy - drums
Joey Vera - bass on 'Sure You Will', 'Free', 'All Gone Now', 'Bigger Wave' & 'Kicking'

Discografie:
O.S.I. (2003)
Free (2006)


Osiris - Visions of the Past
Osiris - Visions of the Past
Label:
Musea
Site:
-
Jaar:
2007
Duur:
49:42
Recensent: OProg
Waardering:

Ik heb een zwak voor Osiris. Voor wie niet weet wie deze band is: het is een groep die al vanaf begin jaren tachtig muziek maakt in de stijl van Camel en afkomstig is uit Bahrein. Pardon? Bahrein? Juist, Bahrein. Ook in het Midden-Oosten is, naast zand en olie, progressieve rock. Onder leiding van Mohamed Alsadeqi is inmiddels het vijfde album, ‘Visions from the Past’, uitgekomen op het Franse label Musea. Nu is de groep niet altijd even actief geweest. Het zwaartepunt lag midden jaren tachtig toen de band haar twee oorspronkelijke albums uitbracht. Dit waren ‘Osiris’ en ‘Myths & Legends’. Zelf leerde ik de groep kennen door het laatst genoemde werk toen dit ergens in de jaren negentig op cd verscheen. De muziek klonk als Camel en vooral heel erg Brits. Dat dit soort muziek uit de Golfstaten kon komen had ik niet verwacht en dat het volgens het boekje ook nog eens een zeer populaire band was in eigen land vond ik ook wel verbazend. Na deze twee albums kwam er nog een cassette uit met een selectie van de vele nummers die de groep eind jaren tachtig opnam. Dit verscheen later op cd onder de naam ‘Reflections’ waarna het stil werd rond Osiris. Stil, totdat ik in 2002 plots met een nieuw live-album in mijn handen stond. Er was een selectie gemaakt van nummers die begin jaren negentig in The Diplomat in Bahrein op waren genomen. Ook verscheen de aankondiging dat er maar liefst twee nieuwe albums aan zouden komen. Nu, wederom een paar jaar later, is dan eindelijk een nieuw album verschenen.
De muziek is door de jaren heen redelijk hetzelfde gebleven. Nog steeds is Camel een belangrijke referentie. De zang, zover aanwezig, is wel anders geworden. In het verleden waren de stemmen te horen van Isa Janahi en later Sabah Alsadeqi. Beiden zongen zonder accent, mede door de Engelse invloed in Bahrein en door studie in Amerika. Nu is er een Britse zanger met de naam Martin Hughes die op de vocale nummers flink zijn stempel drukt. Naast ‘normale’ nummers is er op dit album iets te horen dat ik binnen de progressieve muziek nog niet eerder tegenkwam. Er worden een viertal gedichten in het Arabisch voorgelezen. Ondanks dat het niet al te lang duurt, toch een onderbreking van de muziek. Het boekje geeft aan dat Osiris iets wilde laten horen van de traditionele cultuur uit Bahrein. Gesproken wordt over de globalisatie van het Golfstaatje waardoor de traditionele cultuur eigenlijk geheel verdwenen is. Op deze manier wil men toch iets voor het nageslacht bewaren. Hoe mooi de intentie ook is, als Nederlander is er heel erg weinig uit te halen. De muziek is verder wel erg fraai en ligt in het verlengde van de voorgaande albums.
‘Visions from the Past’ is een mooi album geworden waar ik alleen van denk dat het niet vaak opgezet zal worden. De vorige albums van de band pakken me nu eenmaal meer dan deze. De reden hiervoor is moeilijk te benoemen, maar ik denk toch dat de composities net iets te kort schieten. Liefhebbers van de band en van goede prog met de wortels in de jaren zeventig komen met de groep niets te kort. Toch prefereer ik, zoals ik al zei, het oudere materiaal boven dit album. Wel kijk ik uit naar wat Osiris nog gaat maken. Ik hoop in ieder geval dat ‘Tales of the Divers’ nog eens helemaal uitgewerkt zal worden. De live-versie die op ‘Beyond Control - Live’ staat smaakt naar meer.

OProg (5-2007)

Bezetting:
Mohammed Alsadeqi - guitars & vocals
Nabil Alsadeqi - drums & percussions
Khalid Ahamlan - piano, electronic keyboards & backup vocals
Abdul Razzak Arian - organ & electronic keyboards
Martin Hughes - vocals, flute & acoustic guitars
Hadi Saeed - bass guitar & pedals

Discografie:
Osiris (1986)
Myths & Legends (1988)
Reflections (1990)
Beyond Control "Live"' (2002)
Visions From the Past (2007)


Ozark Henry - I'm Seeking Something that has Already Found Me
Label:
Double T Music Site: www.ozarkhenry.com
Jaar:
1996
Duur:
55:00
Recensent: H.'JoJo' de V.
Waardering:
Max Score

Ik heb de afgelopen maanden zeer genoten van de 'conservative rock' van IQ op 'Dark Matter' of van The Watch op 'Vacuum'. Ik noem dat bewust geen progressieve rock maar conservatieve rock omdat het herhaalt wat er al was: òf in de eigen catalogus van genoemde bands en/òf in wat anderen hebben gedaan in 'de gouden eeuw' van de symfonische rock. Het etiket 'progressief' kan toch nauwelijks op 'terugkijken' van toepassing zijn. 'Reactionair' zou beter zijn maar dat klinkt zo agressief. Ook experiment vinden we bij dat soort bands niet terug. Absoluut niet erg. Integendeel. Hoge waarderingen vallen hen, ook van mij, terecht ten deel. Daarom is het echter wel toe te juichen als andere artiesten en bands in het progressieve genre daar wèl experiment, fusion met andere muziekstromingen en de durf om buiten de gebaande paden te treden tegenover zetten. De Belg Piet Goddaer, beter bekend als 'Ozark Henry', is daar een lichtend voorbeeld van. Zijn album ' I'm Seeking Something that has Already Found Me' uit 1996 fungeert als inventief baken in de progressieve zee.
Via opener 'Rosamund is Dead' treed ik binnen in de geheel eigen wereld van Ozark Henry waar voorspelbaarheid niet te vinden is en waar 'sidesteps' naar 'rap', klassieke muziek, jazz, blues en symfo overal aan de orde zijn. De avontuurlijke, gelaagde arrangementen en de brede instrumentatie en moderne ritmes, gekoppeld aan zijn bijzondere stem, maken dit album tot een ontdekkingsreis. Een reis waarvan ik vermoed dat hij jaren zal duren: zelfs na lange tijd ontdek je doorgaans in dit soort werken nog nieuwe dingen. Deze 'melting pot' leidt wat mij betreft tot een geheel eigen geluid, al zijn er echo's te horen van World Party, No-Man en David Bowie. In de articulatie en het klemtoongebruik in de gezongen en gedeclameerde teksten van Ozark Henry klinkt Frank Zappa zo af en toe door. Maar eigenheid voert per saldo de boventoon.
De opbouw en chronologie in de tracklist is sterk, al zou ik wat meer up-tempo geëindigd zijn dan met 'In Camera. Bovendien zijn er uitsluitend hoogtepunten op dit album te vinden. Zo is 'Rosamund is Dead' een wervelende opener, vinden we mystiek in 'Dogs and Dogmen', is 'Man on Roof' het toonbeeld van vernuft en vormen 'Hope is a Dope' en 'I Ray' tot nadenken stemmende rustpunten. 'Autumn Illustrates This' is een somber nummer. Wat te denken van de tekst "I am sitting in a tree. My neck is rope protected. A fall can only please". Somberheid die ook op andere momenten naar voren komt zoals in afsluiter 'In Camera'. Een compositorische schoonheid die mij de rillingen bezorgt. Heerlijk.
De ultieme prog van Ozark Henry smaakt naar meer en noopt tot het ontdekken van de rest van 's mans palmares. Met dit album prikkelt hij in ieder geval al mijn zintuigen. In een interview zei David Bowie dat hij Ozark Henry één van de meest interessante en gedurfde artiesten van dit moment vindt. Daar kan ik volmondig mee instemmen.

H. 'JoJo' de V. (2-2005)

Bezetting:
Piet Goddaer/Ozark Henry - voices, vocals, keyboards, organ, rhodes, programming, drumtapes, bass and lead guitar
Filip Tanghe - acoustic drums, guitars, guitar sound programming

Discografie:
I'm Seeking Something That Has Already Found Me (1996)
This Last Warm Solitude (1998)
This Last Warm Solitude - Live in Paris (1999)
Birthmarks (2001)
Sedes & Belli - The Music (2002)
The Sailor Not The Sea (2004)

Ozric Tentacles - Spirals in Hyperspace
Label:
Magna Carta
Site:
Ozric Tentacles
Jaar:
2004
Duur:
69:39
Recensent: H. 'JoJo' de V.
Waardering:

"Als je er één hebt dan heb je ze allemaal", zei ik ooit tegen collega JProg over de werken van Ozric Tentacles. Dit om de gelijkenissen tussen de overigens doorgaans prima albums van deze spacerockband te benadrukken. Uitwisselbaarheid dus, welke mij er overigens nooit van weerhield om wederom een Ozric-item aan te schaffen. 'Spirals in Hyperspace' kenmerkt zich echter door originaliteit en wijkt derhalve op een aantal fronten af van wat we van deze psychedelica's kennen. Natuurlijk komen ook hier de voor deze band herkenbare dansbare ritmes en de door Gong geïnspireerde sequences op synth en gitaar regelmatig voorbij. En de atmosfeer waarin deze schijf zich bevindt is nog steeds doortrokken van de dampen van waterpijpen en hasj, met op de achtergrond het beeld van pulserende vloeistofdia's op alcoholbasis. Maar er zijn ook duidelijke verschillen. Zo valt in een aantal tracks de jazzy-invloed op en zijn er meer dan voorheen symfonische arrangementen te onderscheiden. Bovendien kent 'Spirals in Hyperspace' meer rustpunten en daarmee een evenwichtiger opbouw dan vorige albums. Ten slotte valt op dat de meeste tracks en instrumenten worden bespeeld door Ed Wynne en dat de overige Tentacles slechts sporadisch meedoen. Wellicht ook een verklaring voor de genoemde significante verschillen.
'Spirals in Hyperspace' begint nog traditioneel met 'Chewier', waarin eens te meer opvalt wat een unieke gitarist Wynne is. De bijna tien minuten durende titelsong is jazzy, met name door de elektrische piano, en is een track om op weg te dromen. De kruisbestuiving die hier plaatsvindt tussen jazzgeoriënteerde akkoorden en de psychedelische sfeer levert een origineel geluid op. Een soort space jazzrock. 'Slinky' is één van mijn favorieten. Een knappe, licht verlopende sequence biedt de luisteraar acht minuten lang doorkijkjes in diverse muziekstromingen. Waarbij wederom de jazzrock de boventoon voert en waarin Wynne absurde en weirde geluiden uit zijn synths weet te toveren. Je vraagt je af waar hij die unieke geluiden iedere keer weer vandaan haalt. 'Toka Tola' start met wervelende toetsen à
la ELP maar ontwikkelt zich daarna tot een typisch Ozricnummer waarin wederom duidelijk wordt dat zij hun inspiratie halen uit het werk van de oudgediende spacerockers Gong. 'Plasmoid' is een mindere track. Het is wat rommelig o.a. door sequences die steeds wisselen in snelheid. De vreemde stemmetjes zijn aardig gevonden maar irriteren al snel. Een prachttrack is 'Oakum' dat gedompeld is in een ambientbad en daardoor heerlijk rustig en laid back opent. De open, heldere productie geeft hier bovendien een extra dimensie. Na een wervelend middengedeelte eindigt men weer in relatieve rust. In het rustig kabbelende 'Akasha' wordt inspirators Steve Hillage en Miquette Giraudi een rol gegund op gitaar en synths. Het album sluit af met twee prima stukken. 'Psychic Chasm' is weliswaar herkenbaar maar compositorisch knap. 'Zoemetra' herbergt zowel Spaanse als Oosterse invloeden, roept bij mij soms associaties op met Al Dimeola en heeft een thema dat nadien door het hoofd blijft spoken.
Ed Wynne heeft weliswaar geen revolutionaire omwenteling teweeggebracht, maar de Ozric Tentacles klinken op 'Spirals in Hyperspace' anders en frisser door invloeden vanuit de jazz en in mindere mate de symfonische rock toe te laten. Gecombineerd met hun nog altijd aanwezige spacebasis, levert dit een lekker album op dat er mag zijn.

H. 'JoJo' de V. (6-2004)

Bezetting:
Ed Wynne - guitar, keyboards, mind colours and programming
Op drie tracks:
Schoo - drums Seaweed – synths and bubbles
John - ney, blul, duduk and silver flute
Zia - bass
Merv Pepler - drum programming and sampling stuff

Discografie (Selectie):
Erpsongs (1985)
Sliding Gliding World (1988)
Pungent Effulgent (1989)
Erpland (1990)
Strangeitude (1991)
Afterswish (1991)
Live Underslunky (1992)
J urrasic Shift (1993)
Arborescence (1994)
Become the Other (1995)
Curious Corn (1997)
Spice Doubt (1998)
Waterfall Cities (1999)
The Hidden Step (2000)
Spirals in Hyperspace (2004)

© 2003-2017 OJE Music OJE Web All Rights Reserved